60 KM – 120 KM – 4 x 15 KM – Strand – Bos – Duin – Wad – Dijk – Dorp – Berg

Onze wedstrijd

 

jan knippenberg 1991De foto toont de finish van Jan Knippenberg op de Zestig van Texel van 1 april 1991, met een eindtijd van 5.19.48. Jan deed, als enige binnen de organisatie, dus zelf ook mee aan die allereerste 60 km. Dat organiseren en zelf meelopen toch een moeizame combinatie is, bleek ook die dag. Knip startte sterk en liep tot de Slufter (halverwege) in een goede zevende positie, samen met Hans Thijssen uit Alphen aan de Rijn. Maar toen vloeide de kracht uit zijn benen en moest hij flink doorbijten om de streep te halen. De geschiedenisleraar kon het tegenover de eilandgemeenschap niet maken om niet te finishen. “Natuurlijk. Anders had ik beter kunnen emigreren naar Vlieland! Maar echt snel ging het niet. Ik heb bij iedere verzorgingspost een tijdje staan te kletsen en in het laatste stuk zowat een hele ontbijtkoek opgegeten.” Knip finishte in 5.19.48 als 23e van de 32 wedstrijdlopers. Vlak daarvoor was hij ingehaald door ultradebutant Guus Smit uit Voorschoten, die in 5.19.12 finishte als 10e van de 17 prestatielopers.  Op de achtergrond van de finishfoto staat de schrijver van deze column, in een geel hesje als de algeheel coordinator’ van het evenement. Die functie had ik ook in 1993 en 1995. Na het overlijden van Jan op 23 november 1995 ging het gerucht door de ultrawereld dat daarmee De Zestig van Texel nu wel niet meer georganiseerd zou worden. Waar dat idee vandaan kwam, is mij nooit duidelijk geworden. Want het gekke was dat door de dood van Knip de organisatie juist heel sterk het gevoel had van nu moeten we wel doorgaan, ter ere van hem’. Binnen de organisatie werden sommige taken herverdeeld. Op mijn verzoek werd een ander het officiële opperhoofd zodat ik me meer kon gaan wijden aan de PR en de 120 km, de twee zaken die na het overlijden van Jan door een ander binnen de organisatie opgepakt dienden te worden. De editie van 1997 werd mijn vuurproef wat betreft de 120 km en de contacten met de ultralopers. Hoe me dat als dilettant ‘wie iets uit liefhebberij beoefent’ volgens het woordenboek 😉 af ging is treffend te lezen in de bijdrage die 120 km winnaar Dirk Westerduin voor het derde nummer van ’42’ schreef.

Het is maar goed dat Dirk pas in 1997 zijn gouden 120 van Texel liep en niet bij één van de eerste twee edities (1993 en 1995). In 1997 kreeg elke loper zijn eigen Texelse gids/verzorger op de fiets mee voor de eerste 60 km tegen de klok, en de snelle lopers kregen na het keerpunt bij de veerhaven zelfs een nieuwe fietser voor de tweede ronde met de klok mee. Op de 120 km’s van 1993 en 1995 ontbraken die fietsers bij het gros van de lopers. Toen was elke deelnemer zelf verantwoordelijk voor het vinden van de goede route, en dat leidde natuurlijk tot de nodige dwaalpartijen. Van één loper hoorde ik naderhand dat hij door die chaos danig zijn bekomst van ‘Texel’ had gekregen: ‘hier kom ik nooit weer’. En hij heeft ook inderdaad nooit meer meegelopen.

De 120 van Texel is sinds 1997 in grote lijn eigenlijk onveranderd gebleven: nog steeds houden de snelle lopers bij het keerpunt hun fietser (of krijgen een nieuwe), en nog steeds is het een ‘elitair’ onderdeel van De Zestig. Nieuwkomers die zich voor de 120 willen inschrijven dienen een resultaat te overleggen van een 100 km wedstrijd binnen 9.30 *). Ook in het buitenland stuit dat vaak op onbegrip want voor toelating tot de dubbel zo lange Spartathlon volstaat een 100 km binnen 10.30.

Alle tips en ideeën zijn welkom (en sommige suggesties worden vroeger of later daadwerkelijk opgepakt), maar ik vind het vaak bepaald opmerkelijk hoe ‘buitenstaanders’ zich over De Zestig van Texel kunnen uitlaten alsof het hun eigen wedstrijd is. Sommige eilandgenoten praten erover alsof ze midden in de organisatie zitten en ventileren uitgesproken meningen die soms haaks staan op de plannen van de organisatie zelf. Hoewel het mij nog steeds stomverbaasd dat niet-ingewijden zo stellig in hun opvattingen over De Zestig kunnen zijn, maak ik me er niet meer druk om, en probeer soms met wat ‘voeren’ nog meer uitspraken te krijgen om te zien hoe de roddel eigenlijk in elkaar steekt. Op dat gevoel van ‘onze wedstrijd’ dat zich bij zowel deelnemers als bij een deel van de Texelaars heeft ontwikkeld zijn we als organisatie trots. Het wijst erop hoe ongelooflijk betrokken sommigen zich bij ‘de mooiste tweejaarlijkse loop’ zijn gaan voelen. En hetzelfde laken en pak vindt je eigenlijk bij de Jan Knippenberg Memorial (JKM), de tweeling-wedstrijd op paaszaterdag in de even jaren. Daarvan vinden velen het maar niks dat de oude route langs de hele Hollandse kust is losgelaten, dus die ‘hele’ of ‘echte’ JKM komt ongetwijfeld terug, hopelijk al in 2008.

Het is ironisch te beseffen hoe Knip zelf genoten zou hebben van het spannende wedstrijdverloop van de 120 van Texel 1997, of van de langdurige heisa rond de ‘hele’ JKM. Naast zijn schoenen lopen deed hij niet gauw, maar hij zou inwendig apetrots zijn geweest op de duurzaamheid van zijn erfgoed. Het is ook opvallend hoe zijn boek de aandacht blijft trekken. Het lag indertijd dan wel bij De Slegte, maar het spreekt nog steeds nieuwe lopers aan. Melchior Ram was een puber van nog geen 13 jaar toen Knip stierf, maar ondertussen is ie zo gegrepen door De mens als duurloper dat hij een exemplaar uit de bibliotheek in Groningen al voor meer dan de helft heeft overgetypt (voor eigen gebruik). Hanna Knippenberg was blij verrast toen ze dat onlangs hoorde, want het vergemakkelijkt de plannen voor de heruitgave die de familie (al jaren) van plan is. Het oorspronkelijk zetsel is bij een brand bij Elmar verloren gegaan, maar gelukkig is wel al het originele illustratiemateriaal bewaard gebleven.

Een aspect in de publiciteit rond Texel stoort me wel, het hardnekkige praten over ‘Rondje Texel’. Zo heten we niet, onze naam is ‘De Zestig van Texel’. Die naam stond ook al pontificaal over twee pagina’s gedrukt als titel boven Jan’s verslag over de eerste editie in Runners van mei 1991: ‘Zestig van Texel, een dijk van een loop.‘ Maar ik heb de hoop opgegeven dat ik het ultrawereldje wat dat ‘rondje’ aangaat weet te bekeren.

Martien Baars

 

Foto’s 2017
Facebook De Zestig van Texel