60 KM – 120 KM – 4 x 15 KM – Strand – Bos – Duin – Wad – Dijk – Dorp – Berg

Loopverslagen

Hoi allen die dit gaan lezen

Hoi allen die dit gaan lezen,

door: Guus van Veen

Een jaar of 7 geleden dacht ik dat ik niet meer mocht/kon hardlopen door een gevalletje pech met het rechter heupje. Arts geweest, heupje vervangen, wat rusten, rustig gaan sporten, fietsen en wat krachttraining in de sportschool, zag ik daar toch ineens een loopband staan.

Keek even om me heen of niemand het zag, en zei tegen mezelf, niet doen!!!

Seconde later sta plotseling op de loopband, 1 minuut gerend, lees gedribbeld, lees voorzichtig wat rennende passen gezet.

Om een lang verhaal iets korter te maken, straks leest u dat de kortere afstanden weer iets langer worden.

In die periode heb ik altijd een wens gehad om nog 1x een marathon en 1 keer een ultra te lopen, de marathon van Leiden en De Zestig van Texel omdat deze evenementen mijn meest favoriete waren.

Ik liep hier altijd goed, iets met mindsetting. Weet niet waarom, eigenlijk weet ik het wel, omdat ik lange afstanden en hele lange afstanden gewoon leuk vind om te doen, vind kortere afstanden ook leuk om te doen, eigenlijk vind ik gewoon alles leuk om te doen.

Vorig jaar samen met vriendin, lees Diana, de marathon van Leiden volbracht en daarna begon het te kriebelen, zou ik durven te starten op die ultra in/op Texel.

Dit zou voor mij de 5e keer Texel worden, mooi rond getal, dacht ik. Dit slaat nergens op maar moet toch een reden hebben. Ik heb hier 3x de 60 gelopen en in 2009 heb ik hier de 120 km volbracht. Voor mij bijzondere wedstrijden geweest.

In december 2018 ingeschreven voor de loop, uiteraard in overleg met thuisfront, althans dat dacht ik, hier verschillen de meningen over. Kan ook zomaar zijn dat ik dacht dat ik het gevraagd had, ik weet zeker dat ik een ja hoorde, maar weet het niet meer zeker.(smiley) deze  toets zit niet op mijn toetsenbord, dus doe het maar zo.

Vriendinlief had zich ingeschreven voor de wandel 60 km op zaterdag. Daar ga je dan samen voor trainen, maar hoe doe je dat als de ene gaat wandelen en de ander gaat hardlopen.

Eigenlijk heel simpel, de ene keer ga je hardlopend trainen en de andere keer keer ga je wandelend trainen. Zondags is ons gezamenlijk rondje hardlopen, ongeveer 13 km, en we zijn 1 x samen naar Voorschoten gaan wandelen, was erg gezellig, maar misschien een beetje weinig voor een training voor een rondje van 60 km,  met de ervaringen die we hebben op loopgebied en we hadden er veel zin in, zijn we toch maar naar Texel gereden om te starten op de beide uitdagingen.

Zaterdag waren de rollen zo verdeeld dat vriendinlief lekker ging wandelen en ik er achter aan fietste om te verzorgen, dit alles liep erg voortvarend, en had nergens last van, ook bij vriendin ging het goed en met speels gemak de finish gehaald. Zou zeggen van harte met de prestatie.

Zondag waren de rollen omgedraaid, vriendinlief fietsen en ik hardlopen. We hadden de avond van te voren afgesproken als het droog is gaan we op de fiets naar de finish (‘ 10 km) want dan kunnen we ook terug een lekker stuk uitfietsen wat de spieren prettig vinden. Nu zou u kunnen denken; kan je niet beter naar de start fietsen, dat is over het algemeen beter want je moet eerst starten om te kunnen finishen, maar aangezien dit een punt naar punt wedstrijd is kan je beter eerst naar de finish gaan want je werd met een bus naar de start gereden, 60 km lopen naar de finish, en dan moet je terug lopen om je fiets op te halen want als je in dit geval eerst naar de start gereden was en je loopt naar de finish dan staat je fiets weer bij de start en dan moet je weer terug rennen om je fiets op te halen en dat wil je dan niet meer.

Een andere clubgenoot was ondertussen al ruim 6 uur aan het hardlopen, wanneer ik met mijn loopje begon.

Onderweg elkaar tegengekomen, elkaar een high five gegeven, althans dat dacht ik, later begreep ik, dat er een toeschouwer door onbekende oorzaak een klap in het gezicht heeft gehad, gelukkig geen blijvende schade, nou ja niet heel ernstig, misschien een bril in de toekomst en een kunstgebit.

Eerste gedeelte met 2 stukken strand was goed te doen, afgezien van het mulle zand, een beetje modder, zandkastelen en kuilen van onze bevriende noorderburen uit Duitsland, en 2 steile klimmetjes met heel veel zand, eigenlijk toch een beetje zwaar.

Daarna de Slufter in, bijzonder mooi natuurgebied met allerlei beesten, vogels, koeien, krokodil?, even schudden met het hoofd, oh nee, was maar een neushoorn, en nog meer van dit soort insecten.

Uit de Slufter gekomen, het fietspad op naar De Cocksdorp, en daar was ie , de dip, de hiel vond het niet leuk meer, dit was bij 25 km, en ik dacht nog 35 km dat wordt niet heel leuk meer.

Na 3,2 km kwam er toch weer een beetje schwung in en ging het stumpen eraf, de zogenaamde lopers flow was daar ineens. En die duurde wel een uur en zo was ik ineens weer bij 40 km.

Ik had 3,5 uur de tijd voor 20 km, er was een tijdslimiet, en die had ik in 2009 ook een klein beetje overschreden en dat ging mij niet nog een keer gebeuren. Toch!?

Wind in de rug en go with the flowtje, flow was ondertussen iets minder geworden.

In het hoofd was het goed en het weer was mijn weer, rond 23,2 graden, denk ik.

Nog 10 km, en 2 uur de tijd, daarna begon ik te denken, ga ik het dan toch doen, nog 1x die ultra, en ja ik ga het gewoon doen, vriendlief aanmoedigend, Go Forest Go. Het liep niet geheel meer volgens de techniek van de edele loopsport, nooit mijn sterkste punt geweest, schijn nogal lekker te heupwiegen(woordspeling) en te zwaaien met de armpjes, nog 1km en nog 55 minuten tijd over, in de verte wat Tri Teamleden van team Pieter, dank voor de support.

En  met een big smile de finish over, zo dat was het, het is klaar, even ontladen bij vriendinlief, vaak met een traan.

Iedereen van team Pieter gefeliciteerd met de verstandige race die hij gelopen heeft.

Ik zet het even op papier, dit was mijn laatste ultra/marathon, het is mooi geweest.

Wat ik schreef in het begin, mijn wensen met dit soort lopen zijn volbracht, klinkt mooi.

Dus mocht mijn vinger nog naar een inschrijftoets gaan voor een ultra, geef er een tik op.

Gelukkig zijn mijn tenen ook getraind, smiley.

Een bekend filosoof (ER PEE,  volledige naam bekend bij red) uit het hoge noorden van Wassenaar zei ooit:

IEDEREEN ZEI DAT HET NIET KON, TOEN KWAM ER IEMAND DIE DAT NIET WIST, EN DIE DEED HET GEWOON.

 

Loopverslag Alex Olieman

7 april 3:17, mijn wekker gaat. Ik houdt niet van ronde getallen, vandaar die zeventien. Ik trek sokken, joggingbroek en trui aan en loop naar de kamer van ons gehuurde vakantiehuisje in De Cocksdorp. Tot mijn grote verrassing kijken twee paar ogen me olijk aan, mijn vrouw en mijn schoonmoeder. “Goedemorgen Alex, lekker geslapen? Er staat al thee klaar.” Dan maak ik mijn grootste fout van de dag: ik stap van mijn vaste wedstrijd routine af en drink geen koffie. Als ontbijt heb ik pannenkoeken, krentenbollen en suikerbrood tot mijn beschikking. Ik maak wat sportdrank die ik drink voordat ik ga lopen en maak de drank voor in mijn camel bag, want ik ga zonder fietser op pad vandaag. Ik doe dit met mijn vrouw naast me, zodat zij kan zien hoe de verhoudingen zijn. Zij is verantwoordelijk voor de vervanging van mijn camel bag elke 30 km. Belangrijk aandachtspunt is dat mijn tracker wel steeds mee moet mijn nieuwe camel bag in. Bij de Indian Summer Ultratrail leek ik voor mijn volgers wel ineens heel erg hard de andere kant op te gaan. Mijn tracker zat toen nog in de oude rugzak die vervolgens meereed met de auto van mijn vrouw!

We hebben het complete plan op verzoek van mijn zwager gisteravond verwerkt in een draaiboek, compleet met verwachte tijden. Het plan is zo goed opgesteld dat ik me alleen maar druk hoef te maken om het lopen. Ik weet zeker dat ik het niet zou halen zonder het ondersteunende team onder leiding van mijn vrouw en met de adjudanten zwager en schoonzus, aangevuld met mijn schoonmoeder, mijn zoon, mijn ouders en André en Martine, mijn trouwste fans!

Voordat we vertrekken naar het startpunt ga ik naar de wc. Tot mijn verbazing hoef ik alleen maar te plassen. Nou ja, straks bij het Stayokay dan maar. Het is donker op Texel, veel donkerder dan dat we gewend zijn in het dag en nacht verlichte westen van Nederland. We zijn niet eens de enigen op de weg, nog meer ultra-lopers? Bij het Stayokay is het al gezellig. We nemen het plan nog eens door en mijn vrouw drukt me op het hart om vooral niet te snel te starten. Ik ga weer naar het toilet, maar hoef weer alleen maar te plassen. Ineens denk ik aan de thee. Geen koffie… zou dat het zijn? Nu nog een bakkie nemen? Ik ben bang dat ik dan na tien minuten al een heftige sanitaire stop zou hebben en laat de koffie voor wat het is. We lopen naar de start en mijn vrouw deelt me mee, dat zij besloten hebben om toch ook nog even te gaan kijken bij Oudeschild. Ik besluit dat ik dan mijn windjack niet afgeef als we de wielerbaan afgaan, maar hem in ieder geval aanhoudt tot Oudeschild.

Ineens zijn we onderweg. Het startsein heb ik gemist. De andere lopers niet, dus ik loop met ze mee. Eén loper gaat er als een haas vandoor, gevolgd door een drietal, twee losse lopers en dan ik. Het plan is om niet harder te lopen dan 5:15 per kilometer. Dat lukt gelukkig goed. Tot er vlak na Oudeschild wat onduidelijkheid is over de route. Er gaan lopers bovenlangs en er gaan er onderlangs. Ik besluit tot het laatste, totdat de loper voor me twijfelt en toch naar boven lijkt te gaan. Ik twijfel niet en ga, maar dat blijkt een verkeerde keuze. Het resultaat is dat ik ineens samen loop met Tomas Prysmantas, die al een km of vijf zo’n 150 meter voor me loopt. We lopen dus even hard en ik besluit gebruik te maken van de beschutting achter Tomas en zijn fietser. Op de één of andere manier gaat het tempo omhoog naar 5:00 en sneller.

Dan moet ik plassen. Zonde eigenlijk om het tweetal te laten gaan, dus ik besluit om te proberen om al lopende te plassen. Dat lukt! Later doe ik dat vol vertrouwen nog een keer, het is toch donker! We lopen met z’n tweeën totdat Tomas moet plassen en de berm opzoekt. Ik loop rustiger, denk ik, door, maar wordt nooit meer bijgehaald. Ik loop voor op schema, maar gelukkig hebben we de tracker zodat mijn zwager mij toch op tijd staat op te wachten vlak na De Cocksdorp. Ik geef hem mijn windjack, dat ik aan heb gehouden vanwege de toch wel koude wind. 4 km verder staan mijn vrouw, schoonzus en schoonmoeder met een verse camel bag. In de buurt van de Muy, waar het prachtig is door de opkomende zon die door de slierten ochtendnevel schijnt, wordt ik ingehaald door Leonie Ton, die inmiddels aardig op stoom gekomen is. Ik laat haar gaan, want ik ga zelf eigenlijk al te hard.

Het strand gaat prima. Het is redelijk hard en het is nog lekker rustig. Ik heb mijn armstukken inmiddels af- en mijn handsschoenen uitgedaan, de zon is al even op, de wind is in de rug, dus het voelt al een heel stuk warmer. Het stukje door het bos gaat prima en ik ga het strand weer op. In de verte zie ik Leonie lopen, ze heeft inmiddels een behoorlijke voorsprong. Ineens krijg ik hevige buikkrampen, toch niet die vergeten koffie…? Halverwege het strand bij de Hors wordt het zand zwaarder. Je loopt nu niet meer vlak langs de waterlijn, want dat is wel heel ver om. Het laatste stukje is het zwaarst. Richting de duinen wordt het zand steeds muller, in de duinen is het niet veel beter. Waar het asfalt begint staat mijn vrouw te wachten. Ik krijg wat fruit en een klein stukje verder van mijn schoonzus een powerbank met snoertje om mijn horloge op te laden. In het halve uurtje heen en terug naar het keerpunt is mijn horloge dan weer helemaal opgeladen. Het blijkt nodig, want ik ben nu op 42%. Op 5u11 keer ik en krijg de aanmoedigingen van mijn inmiddels wakker geworden ouders: ”Alex, het is véél te ver, ga maar gewoon terug!”

De buikkrampen lijken alleen maar erger te worden. Als ik achter een schaapskooi een hekje zie besluit ik deze als toilet te gebruiken. Door de leerzame les tijdens de Indian Summer Trail heb ik nu altijd toiletpapier in een boterhamzakje bij me. Ik trek mijn broek naar beneden en ga zitten. Ik ben pas net bezig als tot mijn grote schrik de plank breekt waarop ik zit! Gelukkig zit daaronder nog een tweede plankje dat het wel houdt. Ik zit inmiddels wel zo diep dat het niet meer comfortabel is en ik besluit de sanitaire stop af te breken. Aangekomen bij mijn schoonzus wissel ik weer van camel bag en ik ga het strand weer op. De krampen zijn niet verdwenen. Ik moet door naar het 75 km punt, want daar is een Dixie!

Bij het 75 km punt is veel publiek en een héél enthousiaste omroeper, die mij de hele vijf minuten van mijn stop aanmoedigt en daarmee het publiek vermaakt. Fan André dikt het verhaal een beetje aan door te verkondigen dat ik al 40 km met buikkramp loop. Dat zijn er ‘slechts’ 25, maar deze voelen wel als 40! André vertelt me dat de twee Belgen, Geert Ceuppens en Werner Roels,  die op kop lopen rechtdoor zijn gelopen op het strand en dus niet bij paal 14 het strand zijn afgegaan. Als ze niet teruggaan om de juiste route weer te volgen, dan loop ik 5e overall en 3e bij de mannen! Bovendien heeft Leonie het checkpoint ook op een haar gemist, zij is bij paal 15 het strand afgegaan. Virtueel op het podium dus! Hij vraagt of ik nog iets nodig heb, ik wil heel graag een raketje! Een kilometer of twee later komen mijn vader en moeder op de tandem langszij, met het raketje, Héérlijk!!

De buikkrampen lijken verdwenen, in ieder geval voor nu, ik kan weer wat tempo maken. Voor De Koog het strand weer op en vlak erna er weer af. Er is maar een smalle strook van een meter of 3 waar je écht goed kunt lopen. Er loopt niemand bij me in de buurt, maar toch is het druk. Het is zondag, het is lekker weer en er zijn veel vakantiegangers uit België en Duitsland, waar het schoolvakantie is. Plotseling lig ik languit in het zand! Een man en een vrouw staan me boven mijn hoofd uit te schelden. Toen ik aan kwam rennen, stonden ze met z’n tweeën naar de zee te kijken, een grote hond tussen hen in. Ik twijfel of ik ze zal waarschuwen voor mijn komst. Precies op het moment dat ik passeer besluit de hond dat het tijd is om te vertrekken. Ik probeer nog te springen, maar ik ben te  laat. Dat schelden zal wel zijn van de schrik. Ik vertel ze rustig dat er nog ongeveer 500 lopers komen. Even verder voel ik een pijnscheut in mijn kleine teen, die ook snel weer verdwijnt. Ik denk dat mijn blaar, waar ik al een km of 30 last van heb, is geknapt.

Vooraf had ik het plan, dat ik ál het strand graag gedaan wilde hebben voordat de 60 lopers het omgewoeld zouden hebben. Als ik naar beneden loop de laatste strandopgang af wordt ik ingehaald door Wouter Decock en Huub van Noorden, koplopers van de 60. Plan gelukt! Maar ik mis mijn stadgenoot Pascal van Norden, hij blijkt daar een minuut of vijf achter te lopen, gelukkig! Mijn zwager praat me ondertussen bij over het verloop van de marathon van Rotterdam. De winnaar is dan net gefinisht in een parcoursrecord en Abdi doet het beregoed. Op de parkeerplaats staat mijn team onder leiding van mijn vrouw. Er staat een krukje voor me klaar op de stoeprand voor de geplande schoenwissel. Mijn zoon interviewt me ondertussen voor zijn vlog en mijn vrouw smeert me in met zonnebrand. Een beetje onwennig loop ik op mijn andere schoenen verder. Mijn zwager vertelt me dat de twee Belgen besloten hebben door te lopen en dus nu alle kans lopen om gediskwalificeerd te worden. Ze hebben afgesneden én een checkpoint gemist. Irene Kinnegim en Leo Smets hebben wel de juiste route gelopen en Leonie is een opgang te laat gegaan. Ze heeft daardoor niet afgesneden, maar wel het checkpoint gemist. Ik ben gisteren samen met mijn vrouw naar deze plek gegaan om te verkennen, zodat ik het vandaag zou herkennen. Bovendien heb ik het gpx bestand voor in mijn horloge aangepast zodat ik de afslag niet zou missen. Een goede voorbereiding is het halve werk! We hebben immers, wel wat laat, een mail ontvangen om te waarschuwen voor deze verandering in de route tov de vorige keer.

Ondertussen is het flink warm aan het worden en waar mogelijk giet ik water over me heen. Ik moet een hek door en loop weer alleen verder, mijn voeten hebben zich inmiddels aangepast aan mijn nieuwe schoenen. Dan kom ik Bram van Rijswijk tegen. Hij loopt de verkeerde kant op! Desgevraagd zegt Bram dat hij uitstapt. “Zonde man, je hebt nog zoveel tijd!”

Bij de Slufterhoek kom ik weer op asfalt. Ik wordt daar enorm aangemoedigd door heel fanatiek publiek, superfijn! Ik wissel weer van Camel bag en ga voor de laatste loodjes. Mijn zwager vertelt me dat Emmen voor staat, jammer. Het stuk door de duinen valt me zwaar. Op de heenweg vond ik het een prachtig stuk, nu vind ik het verschrikkelijk! Op de één of andere manier is het saai, het fietspad gaat slinger-de-slang en op-en-neer en het is er vreselijk druk. Ik wordt een beetje bang van alle e-bikes, want hun bestuurders weten maar al te vaak de rem niet te vinden en ze gaan te vaak harder dan de bestuurder eigenlijk aan kan en het pad is te smal voor twee tegemoetkomende fietsers naast elkaar met nog een loper er tussen! Gelukkig fietst er nu iemand met me mee. Eerst mijn vrouw en even later mijn schoonzus. Ik vraag ze achter me te blijven fietsen zodat zij de klap van de eventueel niet remmende e-bike bejaarde op kunnen vangen. Ik hoop dat ze over twee jaar op Texel de verkeersregels hebben aangescherpt: Alleen échte fietsers op het fietspad! Gelukkig is het maar een km of vijf, al komen de buikkrampen wel weer een beetje terug…

Als ik weer aan de Waddenzee-kant van het eiland loop passer ik km 98, het punt waar ik twee jaar geleden ben gestopt. Het doet me niets, want ik weet dat ik het nu ga uitlopen. Ik heb zelfs kans om op het podium te finishen! Het 100 km paaltje passeer ik op 9u15, de vorige keer was ik twee uur langzamer bij 98km. Het wordt nu wel echt zwaar. Het hoge starttempo, de buikkrampen en de hoge temperatuur beginnen hun tol te eisen en het tempo zakt tot 6:00/km. Zo af en toe wordt ik ingehaald door een 60 km loper en soms probeer ik aan te haken, als hun tempo niet te hoog lijkt. Omdat ik geen echte noodzaak meer voel, houd ik dit niet lang vol. Vlak na het bruggetje bij de molen haalt Peter Ligthart mij in. Hij doet wat ik in die situatie ook altijd doe: zo hard als lukt passeren. Het werkt, want ik doe geen enkele poging om hem te volgen. Ik slinger me door Oudeschild en probeer geen meter te veel te lopen, ik ben mentaal nog helemaal bij de pinken! Vlak voordat ik het dorp uitloop moedigt een geheel in het wit geklede wielrenner met een witte helm en een witte fiets me aan. Ik ken die stem! Dan weet ik het, de “man met het gele petje,” Moma Marrabou. Wat een leuke verrassing dat hij hier is! Dan mag ik rechtsaf richting Den Burg. Op de heenweg meende ik te voelen dat de weg eerst licht omhoog ging en daarna weer omlaag. Het was toen aardedonker, ik kon het niet checken met mijn ogen. Nu lijkt de Texelse berg een heuse col! Het is nu niet ver meer. Als ik hoor dat ik de finish nader ga ik weer lichter lopen. Ik heb het gehaald! Het publiek zweept me op en ik voel geen pijn meer in mijn voeten, ik passeer de finish met een sprongetje. 11:15:49, 7e finisher, 5e man, 2e Nederlandse man en als Geert en Werner, gefinisht als nummer 1 en 4, inderdaad uit de wedstrijd gehaald worden krijg ik zelfs het felbegeerde hoefnagelpoppetje!!

De wedstrijdleiding toont zich echter coulant ten opzichte van de Belgen. De verschillen zouden te groot zijn om relevant te zijn, de mannen hebben lang zonder verzorging moeten lopen en de vrijwilliger bij paal 14 was er niet op tijd, ik zou de eerste zijn geweest, die hij de weg had kunnen wijzen. Toch hebben Irene en Leo, zonder die vrijwilliger wél de juiste route gelopen en dus wél alle checkpoints gepasseerd. Rest de vraag wie er verantwoordelijk is voor het juist lopen van de route: de loper of de organisatie. Als voormalig korfballer op redelijk niveau ging ik tot de uiterste grens om te winnen en kon ik slecht tegen m’n verlies. Ik heb daar door schade en schande moeten leren dat scheidsrechters niet altijd (mijn) gelijk hebben, maar wel altijd het laatste woord. Dus ik probeer het te accepteren en trots te zijn op mijn prestatie. Het is tenslotte vooral mijn probleem! Voor mij is Irene de enige echte winnaar, want ik ken geen enkele wedstrijd, laat staan een klassieker, die lopers die afsnijden én een checkpoint missen in de uitslag laten.

Ten slotte wil ik mijn hele team bedanken, zonder hen had ik de finish nooit gehaald!

 

De 120 van Texel: een schitterende 90 km plus 30 km knokken

De 120 van Texel: een schitterende 90 km plus 30 km knokken

Sander Turnhout: ‘Een schitterende roodroze zon die net over de duinrand piept, ik loop een stukje achteruit om ernaar te kunnen kijken tijdens het rennen. Waanzinnig mooi.’

Met een kleine honderd man verzamelen we rond 4.00 uur bij het sportveld in Den Burg. Het is knetterhelder maar niet koud. Net een nieuwe maan dus goed donker. Na de start een korte déja-vu met Ameland drie weken geleden. Irene Kinnegim vliegt erin alsof het een halve marathon is. Omdat we op de heenweg aan het water blijven doen we twee rondjes op de baan voordat we het terrein af lopen richting de hoge berg. In het hoekje achter het sportcomplex zit een scholekster te broeden. We horen de alarmroep als we langs komen. Het is wel een voordeel dat we het saaie stuk in het donker doen, dat maakt het toch wat meer bijzonder. Ik loop een tijdje op met de 2e dame in de race en we klokken wat rustige kilometers van rond de 5.20 – tot zover alles onder controle. In de haven heel even verkeerd gelopen maar dat houdt je wakker. Of maakt je wakker. Grappig dat je in een zo’n zwarte tunnel rennend nog vrij goed bijna in slaap kan vallen. Ik kom tot 20 tellen met mijn ogen dicht. Dan word ik toch te zenuwachtig en doe ze weer open. Mooi ook, de vogels overal.

We hebben vrijdagavond wat filmbeelden bekeken uit de jaren negentig en daarop zie je de winnaar van de 120 ook helemaal flippen op de vogels. Gaaf man! Al die vogels! Hij heeft gelijk. Bij de natuurontwikkeling binnendijks is het een leven van je welste en je kunt in het donker horen waar de zandbanken liggen. Al met al een indrukwekkende bak lawaai die je aan komt waaien.

Maar dan begint er toch iets te knagen. Het is een pokke-eind. Twee jaar geleden heb ik de zestig gelopen en ik kan me herinneren dat het ploeteren was tot de vuurtoren, ploegen tegen windkracht 6 in maar bij het omkeren heb ik mezelf toen opgeblazen door met wind mee op de dijk boven de 15 km p/u te gaan lopen om bij 50km voorzichtig wat gas terug te nemen en bij 55 km steenkapot door de haven te strompelen. Ook hier een déja-vu; het is gewoon echt heel ver naar de vuurtoren, op de heenweg al. Dat komt door al het platte. In het bos is 25km niet ver.

Het is wel fantastisch om te zien hoe het licht wordt op het wad. We boffen met laagwater ook; lepelaars, bergeenden en schitterende pasteltinten. In de ochtend is het licht zachtjes. In de duinen wordt dat helemaal schitterend. Er hangt mist tussen de heuveltjes maar de topjes steken er al bovenuit. Zelfs de golfbaan is mooi in het ochtendgloren. De eerste keer dat ik dit echt mooi gezien heb was op een zomerkamp op Terschelling. ’s Nachts naar het lichten van de zee kijken en dan in de dageraad terugfietsen over de Longway. Voor nu lijkt er niks ver meer; keerpunt gehad, windje in de rug de eerste dertig km in de pocket, goed warm gedraaid en kleine pijntjes en knoopjes netjes weggelopen. Oppassen dat ik niet ga vliegen nu. Ik los dat op door een dikke speltkoek te gaan eten. Dat houdt je rustig zo tijdens het lopen.

Aan het einde van het fietspad staat Henri om ons de Slufter in te dirigeren. De klinkertjes zijn glibberig van het vocht maar het schouwspel vanaf de top van het duin is adembenemend. Ik vond de slufter twee jaar geleden een beetje tegenvallen – beetje saaie grasvlakte – maar dit overrompelt me. Geulen en slenken in de mist en ochtendlicht, een schitterende roodroze zon die net over de duinrand piept, ik loop een stukje achteruit om ernaar te kunnen kijken tijdens het rennen.  Waanzinnig mooi. God bestaat. Het is de zon. Bavink heeft gelijk. Je krijgt het nooit te pakken. Martien weet als organisator ook waar hij moet zijn op welk moment; hij staat precies in het goede hoekje.

Door de duinen richting De Koog word ik voorbij gedraafd door ‘de roze’ die een flink tandje heeft bijgezet. Het is prima. Ik ga deze race niet racen. In ieder geval zeker niet nu al. Op het strand is het ook fantastisch. Ik zie daar dat mijn marathontijd rond de 3.40 ligt; dat is niet ver boven mijn eerste marathon (Berenloop, Terschelling, 3.36) – toen zat ik steenkapot, compleet met tunnelvisie de laatste kilometers op de Longway. Nu past het rustig beginnen. Dat is het voordeel van pas op latere leeftijd gaan rennen; er is nog steeds progressie mogelijk. Maar het strand is zwaar. Het is niet eens zo heel zacht maar het gaat me stroef af, ik kan de juiste houding niet vinden en ik vind het moeilijk om om te schakelen. Het snelste is rechtdoor, ga niet zoeken naar looproutes, zeggen sommige ervaren strandlopers maar ik denk dat zij niet hoeven zoeken omdat ze iets zien dat ik niet zie. Ik kan dat in het bos, vissers kunnen het in de golven. Ik heb ook de schoenen niet voor deze ondergrond – ik had een beetje doorrol schoenen uitgezocht vanwege het vele asfalt; zonder hak, weinig drop, middenvoetlanding maar hier op het strand lijkt het alsof ik steeds in een gat land. Ik krijg last van mijn enkel die ik vorig jaar gescheurd heb, en van mijn scheenvliezen erboven. Gelukkig is er veel afleiding in de vorm van de zon die laag, net over de zeereep in de golven schijnt. Op een leeg strand, met alleen een paar stipjes van lopers in de verte. Dat is toch echt fantastisch, dat dat zomaar voor je neergelegd wordt.

Het stuk in het Nationaal Park blijft het licht prachtig, als het, nog altijd laag, door de bomen valt. Ik haal ‘de oranje’ in. Hij heeft het even zwaar zo te zien. Ik ook eigenlijk. Ik probeer zachtjes te landen, vooral op links, om mijn scheen en enkel weer een beetje te ontlasten. Dat gaat best redelijk maar heeft wel als gevolg dat ik mijn linker bovenbeen een beetje vol voel lopen. Het tweede stuk strand is loodzwaar, vooral de laatste 2 km als je pal tegen de wind in draait. De wind is niet eens heel hard maar hij is er en ik blijf een beetje onbeholpen door het zand struikelen. Dit is toch iets dat je moet beheersen om deze loop goed te kunnen doen. Er is geen markering dus ik volg maar gewoon de vlaggetjes die het stuk markeren dat gereserveerd is voor de grondbroeders. Ik haal langzaamaan ‘de blauwe’ in. In zo’n ultra doe je niet aan ff gauw een gaatje dichtlopen. Je tempo is misschien net een paar seconden per km hoger en het kan zomaar 5 km duren voordat je een gaatje van een paar 100m dicht hebt. ‘De blauwe’ weet niet dat de oranje vlaggetjes betekenen dat je niet geacht wordt helemaal naar de punt te lopen maar voordat hij echt veel te ver loopt, komt er een jeep aanrijden die hem de goede kant op dirigeert. Het is wel duidelijk dat we de terugweg wat strakker langs de duinrand kunnen snijden.

Als ik bij km 56 het strand afga, komen de eerste 2 er alweer op. Behoorlijk strakke bekken, zij zijn duidelijk aan het battle’en hier. Dan volgt de eerste dame die nog steeds de koplopers in zicht heeft en dan een tijdje niks voordat de derde bij de heren en de tweede bij de dames volgt. Dan nog ‘een blauwe’ en ‘een zwarte’ en dan naderen we het keerpunt. Ik ga heel even verkeerd op de rotonde – richting de start van de 60 – en dat maakt dat ‘de witte’ die mij achterop kwam in één keer vlakbij is. Ik zit goed in de race – loop netjes top 10, ben rond 10 uur bij het keerpunt, precies volgens plan van ongeveer vijf en half uur over de eerste helft. Maar mijn scheenbeen is een zorgenkindje, en mijn bovenbenen hebben echt een tik gehad van op het strand lopen. In het heen-en-weertje naar het keerpunt probeer ik weer zorgvuldig te lopen, terug de ontspanning in, verzuring eruit. Maar het strand komt te snel. En ik doe dom; blijf ruim 3 km lang aan de duinkant lopen, juist omdat ik de heenweg te lang aan het strand gebleven ben. ‘De witte’ komt me bij de strandopgang voorbij en ik zie gelijk waar hij zomaar ineens vandaan kwam – hij loopt ongelofelijk veel harder op dit terrein. Ik probeer bij mezelf te blijven; hou het rustig, het is nog ver. Heel blijven, denk aan je enkel, voorzichtig met je scheenvliezen, kalm aan, maar hij loopt zoveel harder dat ik wel stil lijk te staan. Dan ga ik toch twijfelen. De strandafgang is ook nog wat verder weg dan waar we erop gekomen zijn maar er staat gelukkig een kraampje op 70 km – even twee water wegtikken en verder – vanaf daar dan toch maar langs de branding. Ik wandel voor het eerst als we het strand af gaan. De opgang is zwaar maar naar beneden ook. Ik schrik een beetje van hoe mijn bovenbenen protesteren bij het omlaag gaan. In het bos schakel ik om. Nieuwe rust. Het is en blijft schitterend hier.

Diep inademen, rondpompen, niet dom hijgen. Houtsnippers onder de voeten. Eindelijk bekend terrein. Bij de koffiehoek staat het al bomvol mensen en ik krijg een stadionesque applaus. Dat is toch wel heel gaaf, het geeft wat extra energie. Een stukje verderop word ik voorbij gesneld door de twee koplopers van de zestig die er een vaartje van zo’n 15 km per uur in hebben zitten. Het herstellen lukt niet zo goed meer. Het vierde en laatste stuk strand gaat heel zwaar worden, want ik ga er al verrot op. Ik wandel het duin op en af naar het strand. Hou het rustig, probeer het bij elkaar te houden. Bij mezelf blijven. Het licht is hard geworden. Hoeveel mooier was het hier vanochtend vroeg met laag zonlicht in de golven op een leeg strand… Nu zijn overal mensen. En de meeste zijn lief en roepen aanmoedigingen, vooral als ze zien dat je 120 op je startnummer hebt staan maar er zijn er ook een heleboel die hier – terecht – voor hun eigen ding komen.

Niet iedereen hoeft naar de race te kijken, het strand is van iedereen. Maar er zijn er die vier breed lopen en vinden dat jij maar van je lijn af moet wijken want ze zijn net zo lekker aan het kletsen. Gelukkig zijn dat uitzonderingen. Het is een beetje net als met honden. Ze zijn met veel en 9 van de 10 heb je geen kind aan maar er is er een waar je bijna over struikelt. 80km in de benen en dan ‘hé, kun je niet uitkijken!’ Nee, sorry. Normaal slalom ik er soepeltjes omheen maar de elastische alertheid die daarvoor nodig is, is helaas tijdelijk niet leverbaar. En houd je hond bij je lelijke trol. Of zorg dat ie naar je luistert. Dat zeg ik allemaal niet, daar heb ik geen energie voor. Of ik heb het misschien wel maar ik investeer het niet hier in. Ik meen het ook niet echt. Bij de strandopgang naar De Koog mag ik gelukkig weer even wandelen. Het tweede hoge duin wandel ik ook want mijn bovenbenen trekken dit even niet meer. Naar boven is makkelijker dan beneden. De hele voorhoede van de zestig stuift over me heen en bijna allemaal proberen ze me op te monteren. Dat is heel fijn. Maar soms ook niet. Sommige opmerkingen put je kracht uit, sommige zijn irritant. Dat zegt vooral veel over mij en hoe ik me voel, ze zijn allemaal goed bedoeld namelijk. De irritatie is mijn vermoeidheid die spreekt.

In de Muy richting Slufter is het weer prachtig, hoewel het zachte en het magische nu weg is. Daar staat tegenover dat het op de bloeiende elzen gonst van de bijen en de zweefvliegen en er overal citroenvlinders en witjes fladderen.  Arwen mag deze keer niet mee terwijl ik net bedacht had om om de bocht wat te gaan drinken en eten. Het kan heel precies verkeerd gaan. ‘Wil je wat bij het kraampje?’ had ze nog gevraagd. ‘Nee.’ Want ik dacht wat uit de krat te pakken. Maar bij het kraampje worden de meefietsers weg gedirigeerd. ‘Ook voor 120?’ vraag ik nog. ‘Ja je krijgt verderop je fiets er niet op.’ Op de heenweg ging dat nog wel maar voor je het weet ben je er voorbij. Het is geen ramp en het is ook niet ver maar het laat zien hoe een race je soms ook overkomt. Soms plan je, of ben je heel actief aan het sturen maar soms ben je er alleen maar en trekt de race zich langs je heen, een beetje zoals polynesiërs vinden dat de zee onder je kano doorgaat als je van het ene eiland naar het andere eiland vaart. Niet jij beweegt, de wereld doet dat.

Duin op en af weer wandelen en dan de binnenduinrand. Op de heenweg zag ik vooral het zonlicht op de duinrand, nu zie ik vooral de giftige bollenvelden die er tegenaan liggen. Grappig hoe je fysieke en mentale toestand ook je waarneming stuurt. Als je moe bent, laat je je makkelijker hangen naar het negatieve. ‘Ik vind het eigenlijk niet zo leuk meer…’ ‘Ja, ik merk het aan je.’ Arwen is geweldig. Er is geen conversatie nodig. Ik zit echt kapot, mijn bovenbenen zitten vol, mijn rechter enkel doet pijn en trekt door over mijn scheenvlies ,het melkzuur stroomt mijn oren uit. Blijven ademen. En niet jezelf zielig vinden, daar blijf je alleen maar in hangen en dat trekt je naar beneden. Overleven. Het is nog drie tot vier uur. Ik vind het intimiderend ver, zeker omdat we de mooie stukken nu gehad hebben maar opgeven is echt een slechte optie. Het mag natuurlijk altijd, maar je krijgt er denk ik wel spijt van. Je bent even verrot maar in plaats van gewoon finishen blijf je dan hangen met een idee dat het voor niks geweest is. Ik zet mezelf in gang richting vuurtoren. De meeste kilometers doen 6.19; minuutje trager dan de heenweg. Dat is een flink verschil maar het strand heeft me de das om gedaan. Het heeft teveel kracht gekost en de verkramping kreeg ik er op de terugweg niet meer op tijd ‘uitgesoepeld’.

Ik merk dat ik een beetje bang ben. Voor het eindeloze niets dat komen gaat. Dat is zwaar overdreven, want eigenlijk is het nog altijd mooi. Gewoon veel naar links kijken; mooie duinen, vuurtoren, schitterende duinplas bij de Cocksdorp, het wad, met prachtige schorren en slikken. Rond km 100 vliegen er zeven lepelaars met ons mee, voordat ze schuin oversteken richting het wad. Dat is een mooi moment. Maar de zichtlijnen zijn zo lang… Dat is de mindfuck. In de bergen pak je een helling als excuus om even uit te rusten en te wandelen maar hier is het lang wachten op een dijkje. En als je daar dan gaat wandelen kookt het melkzuur gelijk over en heb je onmiddellijk spijt, vooral als je weer begint met rennen. De binnendijkse stukken zijn zwaar, uit de wind in de hitte, lange, rechte stukken. Ik ben de organisatie zeer dankbaar dat ze je bij Prins Hendrik over het stuifweggetje langs de molen sturen. Gewoon om de afwisseling. Een haag. Hier en daar een vlinder. Temidden van een graswoestijn ben je al blij als er één vlinder zit. Geluk zit in de kleine dingen, maar dan moeten die kleine dingen wel te vinden zijn. Bij Prins Hendrik steek ik ‘de roze’ voorbij, die me in de Slufter op de heenweg zo hard inhaalde. We maken een kort praatje. Hij vindt dat ik er goed uitzie. Dat is lief van hem. Hij zegt het om me moed in te spreken.

Op de terugweg gaan we langs Oost en Oosterend. Daar wordt het druk, ook met toeristen. En natuurlijk gedragen sommige fietsers zich onbeholpen, zeker de elektrische fietsen die vinden dat jij aan de kant moet simpelweg omdat zij harder gaan maar het zegt – again – vooral iets over mij en mijn gebrek aan incasseringsvermogen. Die fietsers zouden gewoon je moeder kunnen zijn. Of je tante. Geen spoortje kwade wil. Maar ja. Jij hebt meer dan 100km in de benen en dat verandert je perceptie. Sodemieter op. Sterf. Ga dood. Pleur op met je antieke stinkende motor met zijspan. Zak erin met je elektrische fiets. Ga op spierkracht tegen de wind in, dan snap je tenminste de relatie tussen voortbewegen en omstandigheden. Zou goed zijn voor je vetrollen… als je maar moe genoeg bent komt er vanzelf allerlei gal naar boven. Het is geen fair assessment. Dit zijn bijna allemaal lieve mensen en ik heb niks tegen vetrollen, sterker nog, ik vind die gezondheidsobsessie net zo gevaarlijk. De laatste 10. Mijn horloge loopt een dikke km voor op de borden langs de weg – ik moet daar niet op kijken. Ik ken de route, weet dat het nog ver is. Ook 10 km kan Heel Ver zijn. Met Hoofdletters.

Als ik het dorp uit hobbel komen we weer bij wat plas/drasjes langs de dijk. Texel wordt elk jaar mooier, door de natuurontwikkeling en de vernattingsprojecten maar toch kijk ik naar de kaal gemaaide wegberm en de oranje glyfosaatvelden verderop. Wat is dit toch? Het eiland wordt beter, echt, elk jaar is het beter. Maar beter is nog niet goed. Misschien is dat wel wat ik zoek bij dit soort ontberingen; zoeken naar waar je pijn zit. Wat je irritatie eigenlijk veroorzaakt. Welk deel vanuit je lijf komt, hoe je lijf je waarneming stuurt en hoe je waarneming je oordeel bepaalt. Wat je eigen gal is en wat er vanuit de omgeving komt. Bij het laatste stukje over de dijk richting de haven van Oude Schild komt de roze me weer voorbij; 2-1 voor hem; hij wint. ‘Yes! Ziet er goed uit Sander!’ schreeuwt hij, ‘we gaan het halen!’ Ik glimlach een beetje. Een beetje want ik sta nog steeds in de survivalmodus en ik weet nog hoe ongans ver ik de laatste kilometers twee jaar geleden vond. Asfalt door gras, de hoge berg die voor deze ene keer ook echt hoog is… maar waar vorige keer de wind nog één keer van schuinvoor erop ramde is het nu de hitte. Eén van de voordelen van de 120 – naast de schitterende ochtend – is dat je aan het einde weer lopers in gaat halen. De meeste ultralopers zetten hoog in de race één of twee tandjes terug om de finish te kunnen halen en in de 120 doe je dat rond km 100 als de frisse zestigers je nog om de oren vliegen. Maar veel zestigers schakelen af rond km 50. Sommige daarvan haal je dan terug in omdat jij gewoon doorstiefelt in je gangetje van rond de 10 per uur.

Ik probeer de balans een beetje op te maken: 1 appel, 1 zware mueslikoek, anderhalve sinaasappel, 1 hapje banaan, 2 winegums, 6 tucjes, 2 zouttabletten, 1 dadel, 1 flesje cola, 3 liter water, 1 flesje isospul. Een schitterende 90 km gelopen. En 30 knokken. Dat vermaledijde strand. Buitengewoon veel liefde en moraal support van Arwen en ook van Ingeborg die niet ‘even kwam kijken’ maar een kilometer of 35 meegereden heeft (en bijna alle foto’s heeft gemaakt). En, wat ook heel belangrijk is; een ontzettend goed gevoel bij de organisatie. Niet gelikt maar gemoedelijk. Ontspannen. Geen poeha maar wel gewoon goed. Beetje als mijn eindtijd ook; 11 uur, 41 minuten en 19 seconden over – volgens mijn garmin – 121,12 km. Geen poeha, wel gewoon goed. Uiteindelijk 9e overall, 7e bij de heren; net als 2 jaar geleden bij de zestig.

En Texel is, ff los van mijn gezeik over gifvelden, toch heel veel mooier dan ik dacht. Je moet het alleen wel op de goede manier beleven. Je moeten weten waar je moet zijn en wanneer je er moet zijn.

De managementsamenvatting: Mohammed, wat een kl*te-eind! Eerste 90 km schitterend mooi, laatste 30 erg zwaar. 11 uur 41, zevende plaats, prima resultaat. Melkzuur stroomt mijn neus uit. Sympathieke organisatie.

Sander Turnhout

(sanderturnhout  <> yahoo.com)

Alles klopte op Texel  (3h55’ !)

Alles klopte op Texel  (3h55’ !)

Winnaar Wouter Decock geeft een overzicht van zijn loopactiviteit tijdens de tapering in de laatste 14 dagen. Plus een kort verslag van zijn recordrace

De Zestig van Texel: een klassieker waar alle ingrediënten voor een geslaagde ultra aanwezig zijn. En voor de echte liefhebbers: er is ook een 120 km… RESPECT! Volgens de website: strand – bos – duin – wad – wijk – dorp – berg. Een ideale kans dus om eens goed uit de comfortzone te komen. Misschien ontbreekt er nog iets in dat rijtje: wind. Maar dit bleek op race day goed mee te vallen: droog, zonnig en een (noord)oostenwind van 3-4 Beaufort. Nagenoeg een droomscenario. De voorbereiding – met o.a. een tweetal marathons en enkele dertigers – verliep zonder veel hindernissen. Het duurvermogen was goed en in de laatste twee weken voor de wedstrijd konden nog wat kortere snelheidsprikkels opgenomen worden. Kwestie van scherp te blijven. Hieronder een overzicht van de taperingperiode (W-xx = Wedstrijddag – aantal dagen):

W -14    42 km progressief: starten aan 3’50”/km en versnellen tot 3’35”/km (Amstelveen, Lentemarathon)

W -13    10 km loslopen // 40’ zwemmen

W -12    Core

W -11    Piste: 4 km WU + 4 sprintjes + [6 x 800 m aan 3’06” – 3’10″/km (p 1’30”)] + [10 x 400 m aan 3’00″/km (p 45″)] + 10 km loslopen

W -10    15 km loslopen

W -9      Core // 60′ fietsen met 10 x 1′ aan 350-500 Watt (p 1′)

W -8      8 km loslopen

W -7      16 km tempo (3’31”/km)

W -6      Rust

W -5      14 km lichte fartlek

W -4      Rust

W -3      10 km zeer lichte fartlek

W -2      Rust

W -1      6 km loslopen

W           60 km in 3h55’ (Texel)

 

In de laatste 10 dagen werden het hoofd en de benen frisser, en op de wedstrijddag zelf bleken alle puzzelstukjes in elkaar te vallen. Er werd voorzichtig gestart en we vertrokken met Pascal en Huub aan een tempo van ca. 4’00”/km. Soms iets sneller. De voorgestelde rampscenario’s (mul zand, scherpe wind,…) bleken allemaal goed mee te vallen. In de eerste wedstrijdhelft was er tevens de goede samenwerking met Huub, die me er vaak aan herinnerde om de harde strandstroken op te zoeken. Doorkomst halfweg was precies 2 uur, met nog steeds frisse benen. Op de bos- en duinpaden rolde het lekker. Het was dan nog afwachten tot het keerpunt aan de vuurtoren rond km35, waarna moest blijken of er nog versnellingen mogelijk waren op het resterende verharde gedeelte. Regelmatig liepen de km-tijden op tot 3’45”/km en sneller. Aan kilometerbord 15 (nog 15 te gaan) werden rekensommetjes gemaakt: om de sub4 te halen, moesten de overige 15 km in ongeveer één uur overbrugd kunnen worden. Leek goed haalbaar, behalve wanneer krampen je dwingen tot stilstand. Niet aan denken dus, en blijven gas geven (én drinken). Versnellen! Lichte krampen kwamen wel op (linker quadriceps, rechter kuit,…), maar braken nooit helemaal door. Daags voordien had iemand me nog gewaarschuwd voor de “Hoge Berg” in de laatste 3-4 km. Het deed me weer denken aan rampscenario’s, zodat het achteraf alleen maar kon meevallen. Alles klopte. Er zijn zo van die dagen…

Hierbij een oprechte dankjewel. Dank aan de organisatoren en de talrijke vrijwilligers, fotografen, mede-atleten en supporters. Jullie maakten het compleet. Texel is zoveel meer dan een eilandje aan de Waddenzee…

Wouter Decock

(wouterkoksje200  <>  hotmail.com)

Het voelt als valsspelen

Het voelt als valsspelen

Bron: https://www.sportrusten.nl/het-voelt-als-valsspelen/

Ik liep de 60 km van De Zestig van Texel: een schitterend loopevenement op het grootste waddeneiland. Het ging zoals gehoopt: ik startte iets te snel, ging he-le-maal stuk, maar haalde de finish in een prima tijd. Toen ik in de kleedkamer mijn schoenen uitdeed en met andere lopers in gesprek raakte, voelde het toch alsof ik een beetje had valsgespeeld.

Net als iedereen was ik om 10:35 gestart voor een rondje eiland. Het weer was prachtig, de route subliem en het gezelschap kon niet beter. Samen met de beroemdste looptrainer van Leeuwarden – Victor Plomp – en de schrijver Tim van der Veer ging ik van start. Doel: starten op 5:00 minuten de kilometer, stuk gaan en dan doorlopen zonder te wandelen. 5:00 minuten de kilometer met tegenwind op het strand is natuurlijk bezopen hard voor een 60 kilometer. Maar daar hadden we wat op gevonden. Tim van der Veer is een boomlange schrijver, hardloper en supersympatieke vent die wel wilde hazen op het strand.

Op de foto zit ik als oude wielrenner onzichtbaar uit de wind in de buik van de groep, eerst het bordje van een ander leeg te eten. Je ziet alleen mijn oranje veters achter de man met het witte shirt.

Tim van der Veer liep vorige week al een 55 kilometer en is in voorbereiding op een extreem zware ultra in juni, dus hij wilde na het strand sowieso rustig naar huis hobbelen.

 

Na het strand (km 24) loop ik verder met Victor. Af en toe een groepje mensen langs de kant, maar vooral schapen, zand, water, vogels, zon, wind en langzaam zware benen. Na 40 kilometer houd ik het tempo niet meer vol en ik zak langzaam naar 5:30 en 6:00. Bij kilometer 49 word ik ingehaald door een vent met een soepele tred in een knalgeel shirt.

‘Jij bent Koen! Van Sportrusten.’

‘Klopt,’ antwoord ik, blij dat ik kan antwoorden met slechts één woord.

‘Gaat ie lekker?’

‘Manman wat een pleuriseind,’ zeg ik: ‘het gaat niet meer zo hard als de eerste veertig kilometer.’

Hij schiet in een harde lach: ‘Dat kan ook niet. Zo’n positieve vent als jij, kan nooit een negatieve split lopen.’ Het gele shirt loopt bij me weg en wordt snel kleiner.

Ik let op mijn ademhaling en herhaal in mijn hoofd mijn (wat weeë) mantra “ik ben dankbaar, ik ben één met de natuur, ik ben niet mijn bovenbenen, ik ben dankbaar”.

Na tien zware laatste kilometers kom ik over de streep: 5u38′. En even een groepsfoto met Nils de Rijk, Victor Plomp en Amstel Fysio Frans.

Tijdens mijn zware, laatste kilometers had ik er niet meer aan gedacht. Maar technisch bleef ik goed lopen, ook als ik er zelf niet aan dacht. Bij eerdere marathons was dat wel anders. Mijn linkervoet zwabberde naar buiten als ik moe werd. Dat zwabbervoetje was volgens techniektrainer Franklin van Doesburg de voornaamste oorzaak van mijn stijve lies en pijnlijke kuit aan het eind van lange lopen.

Ik ging er op letten tijdens trainingen en het voelde goed om mijn voet recht te houden en kort en fel af te blijven zetten. Let op: dat is niet voor iedere loper goed om te doen, maar Franklin weet wat mijn ideale loophouding is.

 

Een maand voor de Zestig van Texel sprak ik mijn zorgen uit tegen Franklin:

‘De tips van jou werken als een tierelier, ik heb nooit meer last van een stijve lies of onwillige kuit,’ zeg ik, ‘maar ik maak me wel zorgen. Want hoe kan ik straks na 45 kilometer technisch nog goed blijven lopen?’

Franklin zet zijn bril af en wrijft even in zijn ogen. Dan zegt hij op samenzweerderige toon: ‘Wil je dat ik dat voor je oplos?’

Ik snap er weinig van, maar zeg: ‘Ja graag. Wil je met me meefietsen om iedere 100 meter te zeggen dat ik aan mijn linkervoet moet denken?’

‘Dat lijkt me ook wel leuk,’ zegt ie, ‘maar ik kan dat veel makkelijker oplossen.’

‘Hoe dan?’

‘Met zooltjes.’

‘He gadver,’ zeg ik; ‘ik wil geen zooltjes.’

 

Korte loopjes doe ik geregeld op mijn barefoot schoenen van Vibram. Op het strand liep ik regelmatig op blote voeten. Bij langere afstanden en op asfalt vind ik schoenen met wat demping nog wel lekker. Maar zooltjes?

Is dat geen doorgeslagen marketing dat soms werkt, maar even vaak averechts werkt?

‘Zooltjes zijn bijna altijd flauwekul,’ zegt Franklin, ‘maar ik weet precies hoe jij loopt, welk type loper jij bent en wat jouw valkuil is. Dus ik kan een dun en slim zooltje voor je maken, waardoor je voet – min of meer vanzelf – ook na vijftig kilometer nog recht blijft staan in plaats van naar buiten zwabbert.’

Het klinkt wel aanlokkelijk. In de trainingen heb ik gemerkt hoeveel makkelijker ik loop als mijn linkervoet recht blijft in plaats van naar buiten zwabbert. Mijn SI-gewricht, mijn hamstring en mijn kuit profiteren allemaal mee: ze blijven soepel en pijnvrij. Dus ik zwicht. ‘Doe mij je zooltjes maar.’

De laatste drie weken zaten de zooltjes in mijn loopschoenen en het liep lekker. Maar ik wist pas of ze zouden werken als ik écht moe was. Na 45 kilometer, op een rechte weg, zonder publiek en met de Waddenzee aan mijn linkerhand sloeg de vermoeidheid toe. Mijn tempo liep terug. Maar mijn linkervoet bleef recht en blessurepijntjes bleven uit. Ik had echter helemaal niet meer aan mijn zooltjes gedacht. Tot ik mijn schoenen uit deed en mijn zooltjes zag.

En het voelde toch een beetje als valsspelen. Maar ik schud het gevoel van me af. Ik heb toch echt zelf dat hele eind gelopen. Dus ik zeg: Franklin, bedankt!

En verder wil ik voor dit fantastische weekend bedanken: Victor Plomp, Veronique Coenegracht, Martien Baars, Tim van der Veer, Hans Koeleman, Bram Bakker, Bjorn Paree en alle vrijwilligers. Tot over 2 jaar!

Koen de Jong

(koen <> sportrusten.nl)

 

Verrassende Zestig van Texel

Verrassende Zestig van Texel

Zestig van Texel beleeft zware editie met verrassingen.

Het strand was van beslissende invloed op de wedstrijd 

Onder goede weersomstandigheden werd op paasmaandag de Zestig van Texel gelopen. Maar toen de deelnemers eenmaal op het strand waren, kwamen ze er al snel achter dat het heel zwaar zou worden. Door de hoge waterstand moesten ze vele kilometers lang door het rulle zand ploeteren. En dan is 60 km ineens heel wat anders dan “een marathon met een stukje extra”. Continue reading

De Zestig van Texel

Eindelijk is het gelukt. Vier jaar heb ik op een ei zitten broeden en dat is gisteren, tweede paasdag, uitgekomen. In 2011 mislukte m’n eerste poging de Zestig van Texel uit te lopen door een runnersknee. In 2013 zocht ik totaal verkleumd voortijdig de auto op en daarna had ik geen goed gevoel bij de editie van 2015. Zou ik het nog eens proberen of concluderen dat die Zestig niets voor mij was? Het gevoel won het van het verstand en daar ben ik nu buitengewoon blij mee. 

Jan van Doorn betrapte me er al snel op. Om half zes vertrokken we vanuit Heinkenszand richting Texel en hij vond me zo vroeg op de morgen al een beetje ‘hyper’. Inderdaad, ik was druk en dat kwam omdat ik behoorlijk zenuwachtig was. Eigenlijk is dat niks voor mij. Als ik ga hardlopen treedt de totale ontspanning in en ben ik de rust zelve. Maar die Zestig van Texel moest en zou ik uitlopen, terwijl ik wist dat ik het moeilijk zou krijgen. Zestig kilometer in zeven uur, met bijna 15 kilometer zwaar zand en harde wind, voor mij zijn dat niet de meest ideale omstandigheden. 

Voor de afleiding gingen we na aankomst op Texel eerst maar eens naar de 120-kilometerlopers kijken, die bij de veerhaven halverwege waren en daar omkeerden. Er waren er nog maar een paar voorbij toen we Giel Joziasse al zagen aankomen. Hij zat in hetzelfde schuitje als ik. Zijn eerste twee pogingen de 120 kilometer te bedwingen waren mislukt en nu moest het eindelijk eens gebeuren. Na 5.28 had hij de eerste 60 erop zitten. Dat was razendsnel, terwijl hij er nog goed uitzag. Ik liep een stukje met hem mee. Met “Ik zie je straks wel op de terugweg”, nam hij afscheid. Ik zag dat er niet van komen. Giel had 35 minuten voorsprong en ik had me voorgenomen het heel rustig aan te doen. Dat voornemen was ik al na één kilometer vergeten. Vanaf de start had ik dat heerlijke loopgevoel. Wat ging het lekker, wat voelde ik me geweldig. Die eerste kilometer ging in 4.50, waarna ik me geschrokken enigszins tot de orde riep. Dat moest langzamer! 

Het ging ook langzamer, het goede gevoel bleef. De tweede opsteker kwam op het strand. Dat lag er veel beter bij dan de voorgaande twee edities. Je hoefde er niet te ploegen, je kon er lekker hard. Enig nadeel was de harde noorden wind die in het nadeel blies. Maar ook daar was een oplossing voor. Na een paar kilometer kwam Vincent langszetten, achter wiens brede rug ik kroop. Na een poosje wilde ik hem aflossen, maar dat hoefde niet. “Ik ben aan het trainen, blijf maar lekker achter me.” 

Vincent ging eigenlijk iets te hard voor me, maar omdat ik in de luwte liep, liet ik hem niet gaan. Vol in de wind lopen kostte evenveel kracht. Vincent was een beetje hyper, net als ik. Hij sloeg lopers die we passeerden op de schouder, schudde hun de hand, riep naar toeschouwers, maakte allerlei gebaren, ook op momenten dat er naar mijn stellige overtuiging niemand in de buurt was. Kortom, ik herkende mezelf wel een beetje in hem. Na het eerste strand was ik Vincent kwijt, maar al vroeg op het tweede strand kwam hij weer voorbij stekkeren. Een Belg had zijn slipstream al gevonden en zo maakten we een treintje van drie. 

Toen het daarna door de duinen verder naar het noorden ging kwam ik ‘de bus’, zoals een toeschouwer het noemde en ook daarin kon ik lekker uit de wind lopen. Dat was afgelopen toen we de duinen over moesten. Ik wilde de helling niet rennend nemen in de wetenschap dat de verzuring op de loer lag. Ik was het groepje kwijt en moest in m’n eentje de laatste zes kilometer naar het noordelijkste puntje, met wind tegen, afleggen. Vincent zag ik in de verte verdwijnen. 

Daar ergens stond Jan met een drinkbus en dat was voor mij de gelegenheid om eens even lekker een stukje met hem op te wandelen. Jan zei op de terugweg naar Zeeland dat hij daar dacht dat het weer niet zou lukken, maar daar was ik niet bang voor. Het stemmetje dat zei dat ik verstandig moest zijn en het rustig aan moest doen, hoorde ik daar luid en duidelijk. 

Langs de oostkant van Texel ging het verder. Tot een kilometer of 50 draaide het weer lekker, de kilometers bleven ruim onder de 6 minuten, een eindtijd van ver onder de 6 uur lonkte. Ik kon het zelf bijna niet geloven. De Waddenzee lag er prachtig bij, daar had ik toen nog oog voor. Toen moest ik wat inleveren. Tot m’n verbazing achterhaalde ik Giel en we liepen een eindje met elkaar. ”We gaan het halen”, zei ik tegen hem en hij moest ondanks de 110 kilometer die hij in de benen had even lachen. ”Ja, maar wel voor de laatste keer”, zei hij. “Al moet ik wel uitkijken met wat ik zeg. Dat heb ik meer gezegd, bijvoorbeeld na de Spartathlon.” En die Spartathlon gaat hij, na het succes van vorig jaar, weer lopen. 

Niet veel verderop zag ik Vincent weer. Hij stond geparkeerd in de berm. Ik heb naar hem gezwaaid, hem aanmoedigingen toegeroepen en hem op de schouder proberen te slaan, maar m’n coördinatie was niet optimaal meer. Het werd een slag in de lucht. Toen Giel ging drinken liep ik een stukje op hem uit en daarna stond plotseling ergens de man met de hamer. De Transgrancanaria en een paar lange trainingen erna eisten hun tol. De zon kwam door, het werd warm en m’n kilometertijden gingen richting 6 minuten. Giel kwam langszij, liep van me weg en ik zou hem pas na de finish terugzien. 

Bij de laatste drankpost stond een man die me aansprak. ”Ha Koen. Wil je m’n naam vermelden in je blog? Dat zou ik leuk vinden.” Ik kende hem niet en vroeg zijn naam. Die was ik al snel weer vergeten. M’n lijf had al z’n energie nodig om m’n benen aan de praat te houden. Hij bleek met Leendert van de Ven uit Zoutelande vorig jaar de marathon van New York gelopen te hebben en gaat dat dit jaar weer doen. 

Mijn benen leken de laatste kilometers in brand te staan. Desondanks maakte een euforisch gevoel zich van me meester. Ik ging de Zestig van Texel uitlopen! Dat baalgevoel dat ik vier jaar in groeiende mate met me meegenomen had was weg. Ik zit een beetje raar ik elkaar. Als iemand anders iets moois presteert, kan ik vaak blijer voor hem of haar zijn dan als ik het zelf doe. Daar was dit keer geen sprake van. Het ei dat ik vier jaar geleden legde, was uitgebroed. Wat een feest. 

Ik finishte in 5.47 en was daar Stik Blieë mee. De familie Joziasse zorgde voor de drank, terwijl ik uitgepeerd in een stoeltje zat. Die jongen kwam weer langs, ik vroeg zijn naam nog eens, vergat hem weer, zag hem onder de douche opnieuw, vroeg met de nodige excuses opnieuw z’n naam en kon me die, toen ik in m’n eerste biertje hapte, opnieuw niet herinneren. 

Gelukkig stuurde hij daarna via Facebook een vriendschapsverzoek. Daarom kan ik toch nog melden hoe hij heet: MARCEL KEMP. Gefeliciteerd Marcel. Toen je bij die laatste post stond, had ik even het idee dat het nog weleens heel lang kon duren voordat je bij de finish zou zijn. Maar dat viel mee. Je finishte slechts een minuutje na mij. Dat is karakter! Trouwens, ook Vincent haalde de streep. Hij had wat meer tijd nodig voor dat laatste stuk: twintig minuten extra. 

Als ik het goed heb, was ik de laatste Zeeuw die finishte. In de laatste kilometer kwam m’n voormalig loopmaatje Ingrid IJsebaert me nog voorbijzetten. Eigenlijk deden alle Zeeuwen het geweldig. Huub van Noorden werd derde, Tim Pleijte vierde en ook Marco Geldof, Michel Buijck en Edward de Leng eindigden in de top van het klassement. 

Koen de Vries 
 

Texels best Irene van Wijk

TEXELS BEST

Ik ben een goede loper. Dat is geen alternative fact maar objectief vastgesteld. Want ik heb een “Lopertje” gehad. En die is er alleen voor “the best”, in mijn geval best 60+. Net als vorige keer trouwens. Nu heb ik, de geweldige, er dus twee. Het plaatje van de 2017 uitslagen laat slechts één 60+er zien. Maar laat je niets wijsmaken; er waren veel meer deelnemers in die klasse. Wel 66% meer. Die zijn wel gestart maar onderweg verdwenen. Waar ik natuurlijk niets mee te maken heb.

In mijn jeugd werd dat talent onderkend noch benut. En werd ik beoordeeld op balgevoel en acrobatische vaardigheden op veel te hoge toestellen. Door de juf en vooral de klasgenoten. Geen wonder dat ik toen niet inzag hoe geweldig ik ben. Bijvoorbeeld in sport. Daar moest ik eerst 40 voor worden. Ik geef toe, daar heb ik lang over gedaan. Maar toen heb ik er ook wat van gemaakt: 40 marathons en 15 ultralopen, waarvan 9 keer de 60 van Texel. Dat is geen opscheppen, dat zijn facts.

De uitslag van de 2017 versie van Texel was totaal onverwacht. De peilingen vooraf waren duidelijk: Albert eerst, ruim binnen de 6 uur, dan ik, weer wat ouder dus wat langzamer dan vorige keer, en dan Frans netjes binnen de 7 uur. Dat is al jaren de gevestigde orde. Er was niets dat wees op een omslag.

Een vaststaand feit van de zestig van Texel is dat elke editie totaal anders is. Daar kun je op rekenen. IJzig koud, bloedheet, voorwind, achterwind, zijwind, briesje, krachtig, zon, regen, pap-, mul-, of drilschuim-strand, verse duintjes op de Hors, alles kan.

Maar deze keer was het verdacht zwaar. Windkracht 5 met stoten tot 7 uit het noorden, extra lang hoog water,  plakschuim, mul zand overal, behalve waar het papzand was. En, een primeur, de moeder van alle hagelbuien, losgelaten op de onschuldige lopers op het strand. Het gerucht is dat het weer gehackt is door de Russen maar persoonlijk verdenk ik de media.

Ik heb een paar paashazen toegestaan om voor me uit te lopen. Je moet wat doen voor je fans. Dat ik desondanks op het strand en in de duinen niet de beloofde 5:45 de km liep is gelogen. Mijn hartslag was er hoog genoeg voor.

Daarnaast had ik een uitstekend campagne-team dat zich gaandeweg 100% uitbreidde met overlopers uit het andere team. Logisch natuurlijk, ze volgen liever de winner. Wat me een media-man in eigen team opleverde om  mijn laatste alternative facts vast te leggen. Daarop is nergens te zien of ik gewandeld heb onderweg. Dat is een leugen.

En zo werd ik verrassend eerste: van de 60+ers én van de AV ‘23ers. De pussy had de mannen te pakken. Want Albert en Frans kregen problemen tijdens de race. Dat lag niet aan hun campagne teams, die leverden full support. Maar, hoewel ik me er slecht in kan inleven, het moet ontmoedigend zijn als “the best” je voorbij loopt. Dan is het een gelopen race. Frans zag dat al in na 23 km, Albert ging toch nog voor de full monty van 60 km. Maar hij is dan ook de “first lady” van “the best”.

Na afloop hebben we de overwinning gevierd in mijn eilandresort. Alle big shots van AV waren er: de paashazen, de campagneteams, de supporters en, ik ben niet haatdragend, de verslagen mannen.

Ik ben faliekant tegen een ingrijpen op de uitstekende zestig-van-Texel care. Als het nodig is stel ik per decreet vast dat die moet blijven als vanouds: de uitstekende professionals, de strakke organisatie, de geweldige vrijwilligers, de persoonlijke benadering, de ultralopersaamhorigheid en de vrouwenklassediscriminatie.

Hou ze strak, die vrouwtjes.

Ik heb nog wel een ideetje voor Texel trouwens. Het was er nogal druk, met vreemdelingen. Ze zijn al bezig met dijkverzwaring zag ik, dus de eerste stap tegen de tsunami is er. Wat dachten jullie van een hoge tuunwal om de rest van het eiland? Betaald met de toeristenbelasting. Briljant nietwaar.

Lief Texel, ik weet dat jullie me al missen. Maar wees gerust, ik kom terug in 2019 om het tweede lustrum vol te maken. Met plezier.

Irene van Wijk

Verslag Jan v.d. Meulen

DE VOLGENDE KEER KIES IK EEN LOOP ROND EEN KLEINER EILAND

De Zestig van Texel: ik vond het geweldig! Alhoewel als ik de volgende keer rondom een eiland ga lopen, ik Schiermonnikoog zou uitkiezen ;-). Ik vond 60 km toch best wel ver.

Voorbereiding? Ja, Salland ging ‘okee’, niet gelopen daar wat ik wilde, want de beoogde 5.30 – 5.45 werd 6.10. Wat meer duurtempo loopjes gedaan en eigenlijk was het dat wel. Ik was wel ontzettend aan het twijfelen of ik de 60 wel zou gaan halen, gezien de voorbereiding. Als ik op ChatnRun.nl lees wat ‘iedereen’ allemaal aan afstanden verzet en hoe vlot jullie zijn op de marathon dan doe ik niks, lijkt het.

Maar goed: gezin mee, mijn ouders mee, oom en tante die nog langs kwamen, ook nog een nicht met heel ‘t gezin… Ja, de druk lag er lekker op ;-). Er was in elk geval genoeg support onderweg!

Ik vond het bij het NIOZ maar koud, je kon niet naar binnen in tegenstelling tot voorgaande jaren (werd mij verteld). Dus dan maar verderop bij een tent staan hangen. Uit de wind, in de zon. Prima! So far so good.

Na de start eindelijk lekker bezig. Na een kilometertje of 2-3 haalt een Duitser mij in, en hee! Die ken ik. We hebben samen met zijn neefje en mijn kinderen zaterdag staan voetballen bij de Stayokay, en toen tegelijk onze startnummers opgehaald. Jens blijft lekker kletsen en we lopen zo’n beetje het hele parcours met zijn tweeën. Top!

Eerste stuk strand is prima, tweede stuk is behoorlijk zwaar. Vooral dat ene venijnige regen- en hagelbuitje hakt er in. ‘Lekker fris’, zeg maar. Ik krijg toch vochtige voeten door dat schuim maar gelukkig is er een stel backup schoenen als we het strand af gaan. Na de pitstop verlies ik wel een van mijn gelpakketjes maar goed, er is nog meer in de fietstassen verderop.

Voor mijn gevoel duurt het daarna uren voordat ik die vuurtoren zie, en door de pitstop ben ik Jens kwijtgeraakt. Ik had mezelf in elk geval beloofd minstens tot die vuurtoren te komen en dat lukt dan ook, uiteindelijk. Ik zit nog aardig op schema voor mijn gevoel en nu hebben we wind mee! Yes! Ik kom Jens weer tegen en we praten weer wat af.

Mijn ouders fietsen ondertussen mee en zorgen voor eventuele bevoorrading. Maar alles gaat prima, ik heb weinig nodig behalve dat ik bij me heb of van de voedertafels afhaal. Ik mis alleen nog pretzels (die heb ik zelf) maar de rest is prima! Steady as she goes, zeg maar.

Soms zit Jens er wat doorheen, soms ik. Maar we blijven praten en zorgen voor een mooi gelijkmatig tempo, gewoon nog steeds onder die 7.00 per km. Rond de 6.20/6.40 gaat het. Gewoon goed. Niet teveel kijken naar al die frisse estafette mensen maar gewoon genieten van het rennen en de omgeving.

Jens heeft ook familie aan de kant staan en we juichen elkaar toe. ‘Alles prima!’ ‘Jawohl, wir schaffen das!’ (okee, niet gezegd maar dat had best gekund ;-)).

Jens moet op 10 km van het eind toch lossen, wil wat wandelen. Ik twijfel, maar hij zegt dat ik toch echt zelf verder moet gaan. En ik wil het ook niet NIET halen, ik ben er zo dichtbij! En hij haalt het ook, weet ik zeker!

Dan het laatste stuk. Wind tegen en heuveltje op, gezien tijdens een verkenningsfietstochtje. Maar eerst richting haven Oudeschild! Wat een eind! Eenmaal daar vervloek ik de stenen die er niet mooi bij liggen, de regen die we net nog kregen en eigenlijk alles. Ja, Texel is mooi, maar wel groot! Na de haven in Oudeschild komt mijn gezin er ook nog eens bij, voor mijn gevoel moet ik nu overal op letten! Twee minuten later vind ik het echter weer geweldig dat ze er zijn en moet bijna janken van… geluk? Pijn? Blijheid? Geen idee, maar het doet best veel met me. We gaan in kolonne verder en er wordt ‘een potje met vet’ ingezet. Ik ga er in elk geval harder van lopen (ze zingen vals ;-)).

Aftellen maar! Ik wil toch nog iets versnellen want ik moet dit toch kunnen halen binnen die zeven uur..? Kom op! 5 km nog en nog dik 45 minuten, dat moet kunnen! Ik kan de speaker al horen en (bij wijze van spreken) de Skuumkoppe al proeven :-).

Ik finish in 6.50.00 volgens uitslagen.nl, ik heb mijn Garmin iets te laat uitgedrukt dus daar staat 6.50.10 op. Jens haalt het ook, prima! Gelukkig maar anders zou ik me toch wel schuldig hebben gevoeld.

 Ik ben blij dat het gelukt is, ik had al een goed weekend maar dit was wel de kers op de appelmoes ;-). Ik heb “veul” te danken aan mijn supporters en aan al die vrijwilligers die de kramen bemanden. Super! Ik heb genoten…

Maar ik weet nog niet of ik er over 2 jaar weer bij ben. Want ik vind 60 km toch wel een heel eind!

Jan vd Meulen

Noot van Martien Baars: Jan van der Meulen (44) uit Huissen postte zijn verslag op www.chatnrun.nl (Runnerd) en hij gaf permissie om het ook hier op Ultraned en op de Zestig-site te plaatsen. De 50 km van de Salland Trail in 2016 was zijn ultradebuut. Jan is voormalig Nederlands  kampioen ‘blood bowl’, meldde hij bij de inschrijving. Moest ik even opzoeken: ‘Blood Bowl’ is een ‘fantasy’ miniaturen bordspel gebaseerd op American football. Later is het ook een computerspel geworden.

Voor Jens Weber (37) uit Kiel was de 60 km op Texel zijn ultradebuut. Hij finishte keurig in 6.52.50.  

Gegokt en gewonnen – Texel 120 km

Gegokt en gewonnen – Texel 120km

Wil je de 120km tijdens de Zestig van Texel komen lopen?

Toen de vraag van Martien en Henri kwam om met Pasen naar Texel te komen was de beslissing snel gemaakt. Een goede reden om het weekend naar Nederland te komen (vanuit mijn nieuwe woonplaats Lutry in Zwitserland) en mijn verjaardag met familie te vieren, die ik zo mooi naar Texel kon lokken!

Zonder officieel aan de kwalificatie-eisen te voldoen stond ik afgelopen maandagochtend om 04.30 met 31 nieuwe vrienden op de wielerbaan in Den Burgh, Texel. Klaar ( ?) om twee rondjes om het eiland te rennen…

Nieuw in het ultra-gezelschap in Nederland en Europa ( na jaren in de Verenigde Staten gewoond te hebben) leer en beleef ik elke wedstrijd meer van deze vriendelijke gemeenschap. Zeker, verschillen zijn er, maar de passie voor lopen, en ver, is dezelfde aan beide kanten van het water.

Met een nieuwe baan die me zo’n 60 uur per week bezighoudt, was training voor de 120km op zijn minst gezegd creatief. Maar zonder van uitdagingen die onmogelijk lijken te houden, zou niemand aan ultra-running doen toch? De verdere “challenge” was dat al mijn andere wedstrijden behoorlijke aandelen berg-op en -af bevatten, en hoewel ik wel al een aantal keren verder dan 120km afgelegd heb te voet, was 120km plat, en met strand, en wind, en in 13 uur toch wel een nieuwe uitdaging.

Terug naar mijn training, combineren van “easy-kilometers” plat, gemaakt bepakt en bezakt met rugzak als “run-commute”. Ik woon 11 km van mijn werk, dus dat maakt 22km per dag, weer en wind, in alle temperaturen, en donker. Dat maakt voor een goede basis, en de zogenaamde “twee-vliegen-in-een-klap”, je moet toch naar je werk en terug. Stop daar wat (3-4000m) hoogtemeters bij, voor zover mogelijk in de winter met de sneeuwgrens hier rond de 1000/1500m (lees, heen en weer berg op/af) en wat atletiekbaan snelheidswerk, en de training was as-good-as-it-gets.

Makkelijk over te halen voor gekke dingen stond ik vorige week nog aan de start van een heel ander soort wedstrijd, een 6 uurs vertikale uitdaging in Frankrijk. De trail de berg (muur?) op was 4km met 850m hoogtemeters, en dan naar beneden met de kabelbaan. Vervolgens weer terug de berg op, zo vaak mogelijk in 6 uur. Of 3400m in 16km een week voor Texel verstandig was zullen we nooit weten, maar leuk was het wel.

Je hebt van die dagen dat elke kilometer moeite kost, of dagen waar alles vanzelf lijkt te gaan. Maandag 17 april was zo’n dag in de tweede categorie. Vanaf de eerste kilometer waren de benen goed. Het lijf goed. Het hoofd goed. Ik had er zin in. Maar ik weet, voor een ultra is dat gevaarlijk. De dag is lang, en ver, en je weet nooit wat er gaat gebeuren. Een ding is algemeen bekend, nooit te hard van start gaan.

Maar het voelt zo lekker! De benen draaien makkelijk, ik voel me licht en hartslag is laag. Misschien is dit gewoon mijn dag. Lekker doorlopen dus maar. Zolang de hartslag laag is en het makkelijk voelt zal het wel goed zijn. Gokken. Ik weet het. Zonder ervaring op lange vlakke trails (of weg) is het een gok, maar ik neem hem. Het voelt gewoon lekker, en mentaal ben ik klaar voor de uitdaging.

Mijn vriend Gaetan fietst mee, wat een luxe om je verzorging direct naast je te hebben! We hebben een strak voedingsschema, gelletje elk uur, pakje amandelboter elke 15km, en cola indien nodig. Werkt als een trein, 250 calorieën per uur en nooit een low.

De schapen in het donker vermaken me, de zonsopkomst is fantastisch en voor ik het weet is daar de vuurtoren al. Dat betekent eindelijk wind mee! Hoewel ik weet dat ik vooraan in het hele veld loop, voelt het nog steeds super, dus geen reden om tempo terug te draaien. Dan het strand op. Veel ervaring op het zand heb ik niet, maar in de eerste ronde hebben we gelukkig de wind in de rug en het water is nog laag genoeg om een redelijk goede ondergrond te vinden.

Tegen het eind van het tweede strand komt de mentale dip. Het is nog zo ver. Ik heb zand in mijn schoenen, de wind is tegen, en hard tegen, ben ik toch te hard van start gegaan, kan ik dit wel, o ja, het is nog zo ver. Gelukkig weet ik met een halve fles cola (lees: suiker en cafeïne) de negatieve gedachten snel te verdringen, en na 5.23 uur rennen draai ik om en begin aan de terugweg.

Het “tweede rondje” is leuk. Je ziet de andere lopers naar het keerpunt komen en iedereen moedigt elkaar aan. Wat is dit toch een fijne gemeenschap. Maar dan. Het strand. De wind…. Ik lijk af en toe achteruit te gaan. Het zand is zacht, de fijne harde pakking ligt onder water nu. Was het op de heenweg ook zo lang? Muziek maar in de oren, wat afleiding. In ieder geval de wind niet horen. En maar door blijven lopen.

Prachtigste stuk, of in ieder geval mentaal het mooiste, is na 75km het eerste wisselpunt in het bos tussen de twee strand passages in. Wat een mensen, wat een sfeer! Fantastisch! Ik krijg een kick en ren lachend verder! Het gaat eigenlijk nog steeds lekker, behalve een bejaarden-tempo op het strand rol ik de overige wegen en paden alsof het mijn eerste ronde is. De support als toeschouwers mijn 120 nummer zien is geweldig en motiverend. En ja, het gaat nog steeds lekker. Ik ben zelf misschien wel het meest verbaasd, maar weet ook dat ondanks de verhuizing uit Amerika en nieuwe baan mijn basiskilometers, krachttraining en hoogtemeters gemaakt zijn.

Laatste keer terug het strand op. De kopgroep van de 60km komt me voorbij vliegen. Ik lijk wel stil te staan, die drie mannen hebben serieus geen last van de wind. Of het mulle zand. Wat een snelheid, respect jongens! Vervolgens ploeg ik verder. Starend naar mijn GPS horloge en hopend dat de rechte lijn daarop snel een haakse bocht naar rechts maakt, terug de duinen in. Maar nee, het duurt en duurt en duurt. Wat is dit stuk lang. Ik weet het zeker, veel langer dan op de heenweg….

En dan staat mijn hele familie daar! Op het einde van het laatste strand stuk. Wat een verrassing! Ik schud eindelijk het zand uit mijn schoenen, dat na 4 passages een aardige berg geworden is. En dan op naar de vuurtoren. Die wind, die wind. Voordeel is wel dat de weg nu bekend is. Rollend door de duinen haal ik nog een 120 loper in. Jammer voor hem, maar goed gevoel voor mij. En weer analyseer ik. Het gaat nog steeds lekker. De benen draaien als vanzelf, de kilometers tikken weg. Ik eet en drink goed, energie is goed, temperatuur is fantastisch. Ik geniet. En ren, nog steeds, lekker.

Daar is ie, de vuurtoren! En dat betekent, wind mee! EINDELIJK!

Nog 25 kilometer. Oei, dat is nog wel ver. Beentjes zijn er wel een beetje klaar mee. Ok, dan gewoon mentaal verder. Wind mee, dus doortikken. Eerst maar eens een mooie 100km tijd klokken, ergens in de lage 9 uur. Dan die laatste 20. Groepje 60km mannen sluipen achter me en haken aan. Zou andersom moeten toch, maar ik lijk hun tempomaker. Ook wel leuk eigenlijk. We lopen een tijdje samen, en het zorgt ervoor dat mijn tempo strak blijft. Gewoon blijven draaien. Ik denk aan de woorden van mijn eerste trainer, Ton van Hoesel, “tik tik tik”. En zo tik ik verder.

15km, laatste wisselpunt, en wat een (gezellige) herrie! Ze hebben daar ook nog niet veel 120km nummers voorbij zien komen, dus weer zijn de aanmoedigingen super stimulerend.

Ik ben er bijna. Ja, het wordt zwaar nu, maar ik neem het 5 bij 5. Post naar post. Bekertje water, bekertje cola. En zolang ik bij die 60km mannen loop zakt mijn tempo dus niet verder af. Nog 10. Ik haal nu 60km mannen in die wandelen. Jongens toch, kom op, we zijn er bijna. Even doorzetten nog. Ik lach om mijn eigen gedachten.

Ineens word ik super bang dat de tweede 120km dame me voorbij gaat komen net voor het einde. Ik heb geen idee wat mijn voorsprong is, maar vraag Gaetan elke twee minuten om achterom te kijken. Ik blijk uiteindelijk 45 minuten te hebben, maar het zorgt er wel voor dat ik in een goed tempo door blijf rennen.

Nog 4, nog 3, boem WIND! Waaaat? Nee, dat meen je niet. De laatste kilometers beuken we weer recht tegen de wind in. Niet eerlijk. Maar goed, nu zijn we er echt bijna. Ik heb niet dat hele stuk hard gerend om nu in te kakken. En ik hoor de speaker. Dus verstand op nul en doorlopen. Met een glimlach nu. Ik weet het, ik ga winnen. Ik loop de laatste meters met dezelfde pas als de eerste. Lekker tikken. Armen hoog over de finish in 11.21. Gegokt, en gewonnen. Wat een dag. Fantastisch!

Gefeliciteerd voor alle 120km finishers, wat een prestatie! De condities waren niet makkelijk! Bedankt aan de organisatie, de vrijwilligers op de posten, alle fietsers en de vliegende fotografen. Wat een fantastische ervaring! Over twee jaar weer?

Maartje Bastings

Foto’s 2017
Menu Categories
Archief
Facebook De Zestig van Texel