De 60 km start over

De 120 start over
dagen
uren
min
sec

Zoeken

"Ik doe alleen maar de 60 kilometer"

‘Hardlopen tijdens een zonnig paasweekeinde op een Waddeneiland. Dichter bij het paradijs kan een atleet niet komen. Minder hemels is de afstand van deze Zestig van Texel.’

Loop van de maand, Atletiekwereld mei 1997.

Door Wilmar Kortleever

Een hardloopwedstrijd tijdens een zonnig paasweekeinde op een toeristisch Waddeneiland. Dichter bij het paradijs kan een atleet nauwelijks komen. Minder hemels voor de gemiddelde loper is de afstand van deze 'Zestig van Texel", een tweejaarlijks evenement waar sommigen kiezen voor de dubbele afstand van 120 kilometer en anderen de afstand in estafettevorm overbruggen. Dat alles op het eiland én in de geest van de november 1995 overleden ultraloper Jan Knippenberg. Diens zoon Jonathan loste het startschot, maar het gemis was er niet minder op.

De afstanden blijven natuurlijk het meest kenmerkend voor een ultraloop. Op Texel is echter het parcours opvallender, omdat het de lopers over één of twee lange routes voert, in plaats van de gebruikelijker herhaling van korte rondjes. En makkelijk wordt het de lopers al evenmin gemaakt, want de eerste kilometers voeren over het zand van de Hors aan de zuidkant van Texel. Dan gaat het door de duinen langs de westzijde van het eiland in de richting van de vuurtoren, met nog een intermezzo over het strand van diverse kilometers. De terugweg voert langs een ellenlange dijk aan de oostkant. Daar stond de wind dit jaar pal op kop, maar voor het overige waren de weersomstandigheden – mede door een prettig lentezonnetje – uitstekend. Een ultraloop is slechts weggelegd voor echte liefhebbers. Maar ook binnen het wereldje wordt onderscheid gemaakt. “Ik doe ‘maar’ de 60”, meldde Peter Lissenberg uit Werkhoven bijvoorbeeld. 120 Kilometer kan dus ook. Op aandrang van Knippenberg en diens compaan Ron Teunisse werd in 1993 die dubbele afstand aan het programma toegevoegd. Deze voert tweemaal over hetzelfde parcours, eerst tegen de klok en dan keren. ’s Ochtends om vijf over half vijf klinkt in het pikkedonker het startsignaal voor deze monstertocht. ’s Middags even over vijven moet het karwei geklaard zijn. Het lukte in 1997 een recordaantal van 7 atleten, waarvan Amersfoorter Mik Borsten slechts 41 tellen over had.

Start en finish

Bij de eerste ronde van de 120 kilometer zijn de afslagen langs de route nog niet bemand met een post. Elke 120 loper heeft daarom die eerste ronde een (Texelse) fietser bij zich. Op de dag zelf worden de lopers van de 60 kilometer en de andere looponderdelen nog uitgebreid voorgelicht over race, parcours en omstandigheden. Startpunt is het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), werkgever van organisator Martien Baars, nabij de haven voor de veerpont uit Den Helder. De voorzieningen zijn uitstekend. De kantine en de collegezaal doen het goed als lopersopvang. De finishlokatie is zo mogelijk nog beter gekozen: de plaatselijke wielerbaan ligt vlak naast de plaatselijke sporthal van ‘hoofdstad’ Den Burg, waar alle voorzieningen moeiteloos kunnen worden ondergebracht. De lopers bleken vrijwel unaniem tevreden, maar het zag er – in de woorden van de organisatie – inderdaad uit als ‘een peut werk’. Baars: “Ik ben de aanstichter geweest dat we het één keer in de twee jaar doen. Dan staat de boog niet altijd gespannen. En de alternatieve Pasen is zo lekker rustig, dan heb je er een jaar later toch meer zin in.” De organisatie is een vriendenclub geworden. “Een heterogeen gezelschap, met o.a. ambtenaren en een paar wetenschappers, en natuurlijk allen lid van Atletiekvereniging Texel. Voordeel van die wetenschappers is dat ze gewend zijn elkaar recht de waarheid te zeggen zonder dat het tot scheuringen leidt.”

Pasta-party

De organisatie haalde zich in 1997 een aantal nieuwe dingen op de hals, waaronder een pasta party op de avond voorafgaande aan de loop. Veel deelnemers zijn ’s zondags al op het eiland om zich goed voor te bereiden of om nog wat vakantie te vieren. Opvallend was daarbij ook het grote aantal estafettelopers, wat niet als bedreiging voor de hoofdafstand 60 kilometer gezien wordt: “Integendeel. Het is de kweekvijver voor de lange afstand.” Zelf heeft Baars zijn eigen hoogtepunten. “Ieder jaar kan ik weer genieten van het neerzetten van de laatste pijlen bij het Slufterdijkeje in de vroege ochtend, en dan zelf een kilometer meelopen als de kop van de 120 daar doorkomt. Ook het moment in de volle collegezaal vlak voor de briefing van de 60 kilometer geeft een kick.”

Er waren dit jaar de nodige schoonheidsfoutjes. Zo hadden enkele 120-kilometerlopers (en hun fietsbegeleiders) moeite de juiste afslagen te kiezen. Maar ondanks wat voorzichtige bedenkingen is inmiddels de voortzetting van ‘Texel’ verzekerd. De loop blijft op de kalender, op 5 april 1999 en 16 april 2001 om precies te zijn.

Estafetteloopcultuur

Het overgrote deel van de deelnemers aan de Zestig van Texel loopt niet het hele rondje. Een vijftigtal estafetteteams deden het bijvoorbeeld met z’n vieren. De dames van het ‘t Pruttelhuus bijvoorbeeld, vernoemd naar een grill-restaurant op het eiland. Ingrid Uitgeest, Natasja van der Vis, Ingrid van Lubek en Colinda Brouwer wonnen de estafette voor vrouwenteams. “De Zestig leeft heel erg op het eiland”, meldden de dames die lid zijn van Triathlonvereniging Texel. “Veel mensen trainen er speciaal voor. Er heerst een echte loopcultuur.” Er was ook een estafetteteam dat de 4x15 kilometer met z’n achten liep. Slotloopster Janny Lexmond: “ We willen het wel leuk houden. We zijn allemaal lid van AV Texel en trainen één à twee keer in de week. En veel hadden een afstand als deze nog nooit gelopen.”

Groningers en Duitsers oppermachtig

De echt snelle lopers op 60 of 120 kilometer kwamen uit Groningen en Duitsland. Dirk Westerduin maakte zijn favorietenrol op de koningsafstand op overtuigende wijze waar. Na de start om half vijf ‘s ochtends ontspon zich onder de duidelijk zichtbare komeet Hale-Bopp een strijd waarvoor het scenario niet mooier geschreven had kunnen worden.

In de lezing na de pasta-party had Westerduin daags eerder al voorspeld wat de gevaren zouden zijn. “Iedereen die harder dan 13 kilometer in het uur loopt, gaat kapot”, voorspelde de 35-jarige atleet van SV Friesland, toen hij zijn trainingsmethode presenteerde. Hij werd bijgevallen en aangevuld door de bedenker: Peter Stein. Het leidende beginsel is duidelijk: eruit halen wat er in zit. En dat planmatig aanpakken. De uiterste consequentie daarvan is bij een training ’s ochtends vertrekken voor urenlange duurlopen: op een paar koppen koffie en verder een nuchtere maag, want dat stimuleert en traint de zo belangrijke vetverbranding. En lage, lage tempo’s; zo laag dat het gewoon irriteert. Maar Stein predikt ook afwisseling. Na het herstel van de 100 van Winschoten stonden er bijvoorbeeld veel sprints op het programma: tot aan series zestig metertjes toe.

Balorig

In de wedstrijd zelf toonde Wim-Bart Knol zich balorig. De Hagenaar begon op kop en de man met de mooiste looptechniek lag na de eerste ronde nog steeds vooraan. Westerduin bestempelde het als gekkenwerk , in de eerste uren liep hij niet eens bij de eerste vijf: “Het gaat veel te hard”, zo luidde zijn oordeel. Knol moest het inderdaad bezuren en halverwege de terugweg stapte hij uit en noemde een tekort aan training als oorzaak: “Maar ik heb me schandelijk gedragen. Ik ben niet serieus genoeg met de wedstrijd bezig geweest.”

Westerduin rukte op, in gezelschap van Wim Epskamp uit Hoofddorp. Deze kon hem tot negentig kilometer bijbenen: “Ik hoef nooit naar het toilet onderweg en juist nu natuurlijk wel. Ik heb het lang uitgesteld, maar daarna kostte het me meer dan een minuut.” Epskamp liep bovendien nog even verkeerd en eindigde in 9.46.22. meer dan twintig minuten achter Westerduin’s parcoursrecord (9.23.30). Westerduin zelf was vanzelfsprekend uiterst tevreden met zijn prestatie. Direct na de finish kon hij niet meer opstaan van vermoeidheid, want in de slotfase had hij het tempo even opgevoerd tot ruim 17 kilometer in het uur om te zien of hij een sprint gewonnen zou hebben (!). Binnenkort gaat hij gas terugnemen: “Ultralopen vergt veel van je sociale leven. Ik doe na Winschoten een jaar geen ultra’s meer. Ik wil dan proberen in Apeldoorn of Rotterdam mijn marathonrecord onder de 2.30 te krijgen.”

Eerste vrouw

Voor het eerst deed aan de dubbele ronde over Texel ook een vrouw mee, de 29-jarige Anke Drescher uit Meisdorf. Ondanks waaghalzerig kopwerk in de beginfase hoefde de kleine Duitse maar drie kilometervreters voor te laten gaan, ze finishte in 10.59.58, achter Katwijker André van der Zwan 10.25.37. Ondanks de razende start en een stuk verkeerd lopen op de Hors was het Drescher goed bevallen: “Maar ik heb niet voluit gelopen, want ik had vorige week al een honderd kilometer gedaan.”

’De Zestig van Texel’

Op de 60 kilometer nam Edward de Ruiter revanche voor de wegens een kaakontsteking mislukte recordpoging tijdens de zes uur van Stein. De Ruiter, net als nummer 3 Van Dijken een trainingsgenoot van Westerduin, startte op een schema sub-4 uur, maar moest daar na één lange solorace zeven minuten op toegeven. Bij de vrouwen zorgde de bekende Duitse ultraloopster Birgit Lennartz wel voor een nieuw parcoursrecord. Ze bleef in 4.35.57 de 55-jarige (!) Plonie Scheringa ruim voor.

Een verrassend gezicht op de 60 kilometer was dat van de 45-jarige Henk Mentink, voormalig bondscoach middenlange afstand. “Het is de eerste keer dat ik meer loop dan een marathon”, vertelt de Ermeloër. “Ik houd van Texel en kom hier vaker, ook met trainingskampen.” Mentink liep in 1986 zijn laatste marathon en heeft een niet misselijk persoonlijk record van 2.16. Voor de zestig kilometer was hij niet optimaal voorbereid, al werd hij twaalfde in 4.53.10. “Ik train momenteel ongeveer drie keer in de week.” Waaruit blijkt dat vooral basisconditie en doorzettingsvermogen tellen op deze afstand. “Het is zeker een eenmalige zaak. En ik zou het mijn pupillen zeker niet aanraden het op deze manier te doen”, aldus Mentink.