De 60 km start over

Zoeken

De Zestig van Texel, wat een feest

Ik had me in een opwelling eind december of zo ingeschreven. Zomaar, en eigenlijk verwachtte ik het bericht te krijgen dat de limiet bereikt zou zijn. Dat was dus niet zo en dus zou ik de Zestig van Texel gaan lopen. Dat idee zakte in de weken daarna ver weg. Eerst maar eens wat fitter worden, herstellen van weken verkoudheid en longontsteking. Dan de marathon van Gran Canaria. Daarna Genk, de zes uur van Stein en nog steeds was ik niet fit. Texel zakte nog verder weg, werd bijna verdrongen. Door het koude natte weer had ik ook weinig zin om echt lange duurlopen te doen, 30, 35 km ging nog wel, maar wel in 8 minuut per kilometer. En dat is traag, heel traag, en daar wordt je heel moe van, daar val je bijna bij om, het schiet niet op en je wordt er niet warm van. Maar het is wel goed om de vetverbranding te stimuleren. En dan, eindelijk, na de Binnenmaas Non Stop, kwam dan toch het besef dat Texel aanstaande was. Wel hadden we ondertussen een B&B geregeld in De Koog. 

Anderhalve week voor Texel nog een lange duurkoop van 58 km. Moest genoeg zijn. Maar, ik had er weinig vertrouwen in om binnen de limiet van 7 uur te kunnen eindigen. Ik probeerde me zelf wel op te peppen. 7 uur is 7 minuut per km, da's precies genoeg. Moet eigenlijk 6:55 zijn om wat ruimte te houden voor het strand, de verzorging en de tegenwind. 10 jaar geleden liep ik de Zestig nog in 5:45, dat lukt nu natuurlijk echt niet meer. Maar ik wil eigenlijk wel binnen de 7 uur lopen. Af en toe wordt ik een beetje zenuwachtig van die 7 uur en dat is niets voor mij. Ik lig er soms zelfs wakker van. Ik weet ook niet waarom, zo belangrijk is die limiet toch ook weer niet, toch? Ik zie zelfs een beetje tegen de wedstrijd op, gek, meestal kijk ik uit naar een wedstrijd, hoe lang die ook is. Maar nu, die Zestig, die 7 uur dat knaagt. Ik weet hoe zwaar het is. De Hors, het mulle pad er naar toe, dan die lage duintjes, soms hard zand, vaak heel zacht. Dan het lange stuk strand. Ook zwaar, daar moet ik in een treintje terecht zien te komen. Op en af van het strand is maar even, maar kost tijd. Maar het meeste zie ik op tegen het stuk van de Slufter tot aan de vuurtoren. Vijf kilometer op en neer door de duinen. Naar beneden gaat prima, een makkie. Maar omhoog, dan wordt echt vechten. Daar zal ik tijd verliezen. Thuis begin ik mijn twijfel uit te spreken over de haalbaarheid van de 7 uur. Dat is dus toch wel belangrijk? Ja natuurlijk, is die limiet belangrijk. Buiten de tijd geen finish, geen uitslag, dan blijf je een anonieme loper zonder resultaat. Niet echt zonder resultaat natuurlijk, ik heb dan net 60 km gelopen. Noem dat maar geen resultaat. Maar toch, ik merk dat ik me in ga dekken. “Het zal wel moeilijk worden”, “het wordt zwaar, hopelijk waait het niet te hard”, Ik had toch meer moeten trainen” en meer van dat soort kreten. Ik ben er volop mee bezig. 

Ze kennen daar op Texel geen netto tijd, dus wil ik bij de start voor aan staan. En zo geschiedt, ik sta op de tweede startrij als we op weg gaan. En direct daarna word ik aan alle kanten voorbij gelopen. Tussen de Horsmeertjes zie ik Simon Pols, begeleider van Jannet Lange op de 120. "Jannet staat verderop" zegt hij. En daar staat ze, aan niets is te zien dat ze er al dik 60 km op heeft zitten, zo kwiek is ze nog. Als een jonge ‘hinde’ loopt ze bij me weg. En dan het mulle zand naar de Hors. Valt eigenlijk wel mee, minder erg dan waar ik me op voor had bereid. Dan tussen de lage duintjes door naar het lastige strand. Is ook echt lastig, zelfs ik, maar krap zestig kilo, zak af en toe behoorlijk weg. Op het lange strand recht tegen de wind in kruip ik achter de brede rug van Johan. Ik vraag of dat mag. Ja natuurlijk, ga je gang, mijn lijf is groot en sterk genoeg, ik moet toch die kant uit. En zo loop ik toch een beetje in de luwte. We verliezen tijd, het zij zo. Het strand af, het duin op en door het mulle zand er weer af. 

Het gaat langzamerhand in een roes. Ik loop volop te genieten, links de Noordzee met af en toe een grote stern en rechts de duinen. Die limiet, die 7 uur, die kan me wat, ik loop heerlijk. Uitlopen is het doel, de tijd is symbolisch, zo zegt Johan wijsgerig. Op het tweede stuk strand met de wind ook nog regen, maar ik heb een prima jasje aan, de regen deert me niet. Op naar de Slufter, daar is het droog en minder wind door de bosjes. De zon komt er bij, heerlijk. En dan eindelijk de gevreesde duinen in. Ai, ai, dit is pittig. Hier moet ik Johan laten gaan. Als ik dan ook nog de bosjes in moet, is hij echt uit het zicht. En dan eindelijk de vuurtoren, het fietspad af, de weg over en de duinen zijn geweest. 

Ongemerkt had ik het parcours in stukjes gedeeld, eerst de Hors, dan tot aan de Koog waar Marijke staat, dan de Slufter en daarna de duinen. En het werkte perfect. Het volgende deel is tot aan Prins Hendrik. Daar moet ik op tijd zijn. Maar ik weet nu al dat dat gaat lukken en ik weet ook al dat ik de Zestig zal uitlopen, al heb ik nog 25 km te gaan. En bij Prins Hendrik staat Marijke weer, echt een oppepper. Ondertussen had ik, met de warme zon in de rug, van alles uitgetrokken, dat kon ik nu mooi afgeven. Scheelt weer gewicht in mijn rugzak. En verder gaat het. Hup, de waddendijk op. Wat ben ik toch een geluksvogel, wind in de rug, zon op de kop, laag water op het wad overal vogels. Vooral de rotganzen vind ik mooi en het melancholieke geluid van de wulp is prachtig. Dan naar de andere kant en even later door Oosterend. Mijn volgende punt is de haven van Oude Schild. Ach, daar voor me loopt Johan. Hij zit er helemaal doorheen. Maar ook hij zal de Zestig uitlopen. Verder, het laatste deel, de Hoge Berg, 15 meter. Het is maar 15 meter, maar 1500 cm, stelt eigenlijk niets voor. Maar net als Jannet, wandel ik het laatste steile stukje. Nog een keer links, dan rechts en naar de wielerbaan. Marijke staat al te wachten en loopt het laatste stukje mee. Natuurlijk is de finish al gesloten, niet erg, dat wist ik toch. Net binnen de 7:30 klok ik af. Ik voel me geweldig. Zeker de laatste kilometers waren zwaar, maar wat heb ik lekker gelopen en ontzettend genoten. 

In de Stayokay zie ik Jannet. Ja, zegt ze, ik heb goed gelopen, ben derde geworden. Goed gedaan, meisje, heel goed. Ik geef haar een kus als felicitatie. Even later, als we naar de auto lopen, loopt ze voor ons. Je lijkt wel een oud wijf en ik een ouwe vent, zeg ik. Even strompelen we naast elkaar verder en met een "tot de volgende" nemen we afscheid. Wat was het een geweldige wedstrijd en wat heb ik genoten. 

Theo de Jong