De 60 km start over

Zoeken

Texel Ron Teunisse

Lees de laatste column van Ron Teunisse in zijn boek ‘De koerier die nergens bij hoort’: Texel

In het paasweekeinde van de komende editie van De Zestig van Texel kunnen belangstellenden bij Carel Schrama in de Stayokay Texel een gesigneerd exemplaar van het boek van Ron Teunisse bemachtigen.

Spartathlon presentatie. Prachtig nieuws is dat Ron Teunisse ook zelf zondagavond in de Stayokay aanwezig zal zijn om samen met Dik Jagersma en Carel Schrama een avondvullend programma over de Spartathlon te verzorgen, 30 jaar na Ron’s eerste deelname in Griekenland. Ook Carel en Dik zijn een of meerdere keren in Sparta gefinisht. De presentatie heet "In de voetsporen van Pheidippides” en er komen onderwerpen als route, historie, training en voeding, medische risico's en verzorging aan de orde, een en ander gelardeerd met video’s van de Spartathlon (1983, 1991, 2007). In de pauze en aan het eind zullen de toehoorders ook uitgebreid de mogelijkheid krijgen om vragen te stellen aan het drietal (of andere aanwezige Spartathlondeelnemers).

 

Texel

Ik heb altijd gezegd, dat de ineenstorting na het vijftigste levensjaar begint. En zie, wederom heb ik gelijk gekregen. In 2005 liep ik over de 120 kilometer van Texel maar liefst een uur langer dan tien jaar daarvoor. Zo kun je dus in tien jaar een flinke opdonder krijgen, ofwel een teruggang van een kilometer per uur. Ja, ’t is wat!

Twee ronden om het Waddeneiland, waar ik zulke mooie herinneringen aan had. Toen Jan nog aan het Gerritslanderdijkje woonde gingen we in de vroege schemer van november 1984 op weg naar de Slufter. De zon stond als een rode ronde bol vlak boven de lage duintjes. Je kon er zo in kijken, zonder dat het pijn deed aan je ogen. Melancholie kruipt omhoog terwijl ik het opschrijf. Hoe kun je een vretend gevoel vlak onder het borstbeen omschrijven? Eeuwige vergankelijkheid, eeuwige vloek van de mensheid. Je kunt het beste maar lekker dom een patatje oorlog nemen met een blikkie bier en je schouders ophalen.

Toen Jan en ik die novemberdag de duisternis tegemoet liepen, bestond de 60 kilometer van Texel nog niet, die werd later bedacht. Door Jan. Jan wilde z’n eigen ultraloop op het eiland en dat lukte, met al die andere enthousiaste mensen, die het tot een geweldig evenement hebben gemaakt. Een onvergelijkbare loop, later nog mooier met de 120 kilometer erbij. Start half vijf in de ochtend, koude mist in flarden om je benen. Slaap, stram gevoel en 120 kilometer lopen, langs de Waddendijk eerst, dan door de duinen, langs het strand. Omdraaien bij de veerboot en weer terug, nu eerst de Hors, het strand, de duinen en dan natuurlijk de wind vol tegen langs de Waddendijk, eindigen waar je begon: op de wielerbaan.

In 1993 en in 1995 liep ik zo nu en dan gemakkelijk en vanzelfsprekend. Jan liep vooral in 1995 allang niet meer vanzelfsprekend, hij wist nog niet dat hij een slopende ziekte met zich mee torste, waardoor elke stap een last werd. Vaak heb ik aan hem gedacht tijdens mijn laatste ultra in 2005.

Texel is het eiland van de Hoge Berg, de keileembult zonder welke de Noord-Hollandse kust er niet zou zijn. De kust zou dan pas beginnen bij Amersfoort. De Hoge Berg waar ooit rendierjagers hun onderkomen en hun toevluchtsoord hadden. De berg, vijftien meter boven de zeespiegel, die uitkeek over de vlaktes, die doorliepen tot aan Engeland. Daar ligt Jan. Ik heb m’n schoenen op z’n graf gelegd. Zijn schoenen staan er ook. Je kunt aan ze zien wat de tijd doet, aan het mos dat ze volledig overdekt heeft.

Eilanden oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uit. Je waant je ver weg, onbereikbaar. Een eiland, als het niet te groot is, is overzichtelijk en toch moet iedereen moeite doen het te bereiken. Ik ben een eiland. Eigenlijk is iedereen een eiland. Toch?

Texel zit in m’n hart. Of ik er ooit nog zal hardlopen, weet ik niet. Maar ik zal er zeker terugkomen.   

© Ron Teunisse

Bron: Ron Teunisse (2010). De koerier die nergens bij hoort. Columns en verhalen van een ultraloper.

Uitgeverij Parnassia, Santpoort-Noord, 168 pagina’s.

Met dank aan Ron Teunisse en uitgever Carel Schrama voor hun toestemming om dit laatste hoofdstuk uit Ron’s boek hier te mogen reproduceren.