De 60 km start over

Zoeken

Eerst de eerste ronde en dan zien we wel

Op tweede paasdag om kwart voor vier 's morgens je bed uit om op de fiets een stelletje halfgaren te begeleiden die zo nodig 120 kilometer rond het eiland willen rennen. Je moet wel een gaatje in je hoofd hebben om je daarvoor te lenen, zei een kennis tegen me. Toch ben ik één van die gekken.

 

 

Als je een keer in het draaiboek van Martien Baars voor de Zestig van Texel zit, is er geen ontsnappen mogelijk. Zo stapte ik met nog 25 anderen op wielerbaan op mijn fiets om in het pikdonker achter een horde ultralopers aan te fietsen. Rainer Koch was dit keer mijn mannetje, een vriendelijke loper uit Duitsland met een toepasselijk geel hesje. Mijn opfriscursus had ik wel achterwege kunnen laten: hij begroette mij in het Engels, wees op de drinkflessen die hij graag aangereikt wilde hebben en verdween in de menigte.

 

Lopers met wie ik tijdens eerdere edities op reed, hadden een gangetje van een kilometer of tien per uur, dus ik reed rustig aan. Totdat ik bij het verlaten van de wielerbaan zag hoe het gele hesje in straf tempo naar de voorste gelederen was opgeschoven. Ook ik schakelde hoger en zigzaggend door het deelnemersveld had ik hem halverwege de Haffelderweg ingehaald. Op dat moment had Jan-Albert Lantink al een enorme voorsprong genomen, we zagen hem pas weer terug na het keerpunt van zestig kilometer.

 

 

Neem wel warme kleren mee, stond in de begeleidende mail. Inderdaad, het kan koud zijn in de paasnacht. Maar niet deze keer. De temperatuur is aangenaam en als we met een vaart van dertien kilometer per uur Oudeschild passeren, lijkt het wel of in de verte de dageraad gloort. Normaal gesproken wordt het pas licht als we op de vuurtoren afkoersen, maar dankzij deze late paas komt de zon al vroeg op. Mooi om te zien hoe de natuur ontwaakt, maar verder alles nog in diepe rust verkeert. De natuur op zijn mooist, waarom doe ik dit niet vaker?

 

 

Alle tijd voor een praatje. Rainer blijkt niet de eerste de beste loper. Hij vertelt onder meer over zijn deelname aan een ultraloop van Zuid-Italië naar de Noordkaap. Door zes landen, over 4.500 kilometer, in 64 etappes. Rainer deed er ruim 378 uur over en eindigde als eerste. En op zijn programma staat de Trans American Footrace, van Los Angeles naar New York, over 3200 km, over 70 dagen. Dit verklaart wellicht de elektrische tuktuk, met daarin den filmploeg die hem volgt.

 

 

Af en toe reik ik Rainer een blikje sportdrank aan, maar veel gaat er niet naar binnen. Ik informeer naar zijn doel voor vandaag. Eerst de eerste ronde en dan zien we wel. Maar een eindtijd van tien uur zou mooi zijn. Wat drijft een mens om zulke lange afstanden te lopen? De mentaliteit van de lopers op deze afstanden is anders dan bij bijvoorbeeld de marathon, waar de competitie veel hoger is. In deze sport is het vooral een gevecht tegen jezelf. En je ziet veel meer. Trainen doet hij alleen in het weekend, door de week is het te druk. Een drukke baan en hij zit nog bij de vrijwillige brandweer ook.

 

We naderen de vuurtoren en rechts boven Vlieland zie ik de zon. We passeren het kampeerterrein van de Sluftervallei, dat nog in diepe rust verkeert. Een fazant kijkt ons verbaasd aan. Evenals een vroege vogel die zijn hond uitlaat. Onderweg schiet Rainer ineens de bosjes in voor een sanitaire stop. De tweede al, maar met een versnelling haalt hij de andere lopers weer snel in. Wat opvalt is dat ze allemaal een ander loopje hebben. Zo ook de Engelsman Colin Gell.  Met zijn fietsbegeleider Martien Witte constateer ik dat diens loopje zwaar oogt. Hoe is het mogelijk dat je zo 120 km kunt volbrengen? Maar hij loopt stevig door. Later hoor ik dat hij het na ruim 100 km voor gezien houdt.

 

Waar de lopers het strand op gaan, nemen wij het fietspad. Had ik andere jaren alle tijd om rustig een bakkie te doen, ditmaal moet de koffie haastig naar binnen, want ze komen er al alweer aan. Op weg naar de Horsmeertjes passeren we Lantink, die dan zo 25 minuten voorsprong heeft. Vijf uur na de start arriveert mijn loper bij het keerpunt. Mijn rondje zit er op. Ik draag de voorraad proviand over aan mijn opvolgster Furu Mienis en zie het tweetal in de verte verdwijnen voor de tweede ronde, in tegenover gestelde richting. Later op de dag zie ik thuis aan de Kotterstraat de lopers voorbij komen. Bij sommigen kun je het geen hardlopen meer noemen. Uit de eindtijd van 12.31.58 uur maak ik op het ook voor Rainer een zware etappe is geworden.

 

Gerard Timmerman